zaterdag 18 april 2020

Een nieuwe routine met bijzondere momenten

Je knippert even met je ogen en dan zijn we twee weken verder. De tijd gaat snel, ook al lijken de dagen op elkaar, mogen we niet varen of op de wal komen. Een kleine wereld, gelukkig zijn er voldoende highlights.

Gisteren, vrijdag 17 april, hebben we eindelijk weer zelf boodschappen kunnen doen. Het is dan bijna twee weken geleden dat hier op Sint Maarten de noodtoestand werd uitgeroepen en iedereen thuis moest blijven. Deze 24-uurs ‘avondklok’ heeft veel mensen overvallen en al snel in de eerste week krijgen supermarkten toestemming om boodschappen te bezorgen. Dit werkt helaas niet goed, veel bestellingen werden/worden niet afgeleverd. Omdat inmiddels veel huishoudens niet over voldoende eten beschikten, kregen de supermarkten toestemming om afgelopen donderdag en vrijdag open te gaan. Ook wij zijn dus gisteren in de rij gaan staan om verse groente, fruit, yoghurt en drinken te halen. Iedereen moet verplicht met mondkapje de straat op en zo staan wij met mondkapje op in de rij bij de supermarkt. De supermarkt heeft inmiddels wat meer maatregelen genomen om personeel en ons te beschermen. Of het goed werkt betwijfelen we. Tussen de klant en de caissière is nu een perspex scherm geplaatst. Je ziet iedereen om het scherm heen buigen en ook mag je nog steeds niet zelf je pasje in het betaalapparaat doen. Dat doet de caissière voor je zonder handschoenen aan. Als de caissière Ank iets vraagt, kan ze haar absoluut niet verstaan. Dus na Ank’s “Pardon?” Doet ze haar mondkapje omlaag en herhaalt ze haar vraag. 

Omdat we de afgelopen twee weken geen boodschappen konden doen en geen water konden halen - de nabijgelegen marina is nu ook dicht - zijn we zuinig met vers eten en water. We experimenteren met broodbakken, spoelen de vaat met zout water en douchen en spoelen ons zelf na het zwemmen af met zoet water uit een anderhalve literfles. Samen verbruiken we zo hooguit 6 liter water per dag. Als de eerste week van de shutdown voorbij is, hebben we nog twee appels en een kool over. Maar dan besluit de Prime Minister dat de supermarkten een dag open mogen voor bewoners met een disasterpas - artsen, verpleegkundigen enzovoorts. Marcel van de Feeks is verpleegkundige en heeft zich als vrijwilliger aangemeld bij het ziekenhuis. Zijn disasterpas is nog in de maak, maar hij heeft al wel een formulier waarmee hij boodschappen kan halen. En dat doet hij voor vier boten. De dinghy zinkt bijna als hij terugkomt. We zijn blij met weer wat verse groente, bananen, yoghurt en een vers stokbrood. Frank van de Tabee ook en hij organiseert ‘s middags een zwemborrel. Met zijn allen drijven we in zee met een biertje in onze hand. Valt nog helemaal niet mee om dat biertje te drinken terwijl je watertrappelt, laat staan nootjes te knabbelen. 

Met Pasen heeft Jula (bijna 4 jaar) van de Tabee voor de drie Nederlandse boten, die hier liggen, paashaasjes gemaakt. Hadden we zomaar een echt paasontbijt met paashaasjes, eieren en matzes die we nog ergens hadden liggen!

De coastguard blijft een paar keer per dag langsvaren en de geankerde jachten goed in de gaten houden. We hebben geen idee waarom. Na 2,5 week op dezelfde plek geankerd te zijn, komt de coastguard langszij om te vertellen dat we daar weg moeten. We liggen in de vaarroute naar een pier waar het verboden is te ankeren. ‘Normaal’ varen hier bootjes af en aan met cruiseschippassagiers, maar nu hebben we nog geen kano gezien. Pfff. We verleggen de boot maar een stukje. Ook ‘s avonds komt de coastguard langs. Soms sneaky met alle lichten gedoofd en soms in vol ornaat waarbij ze met een grote schijnwerper alle boten beschijnen. Ach we zien het maar als ons dagelijks verzetje. Iedereen is zelfs een beetje van slag als ze maar één keer op een dag langskomen.

We vermaken ons met lezen, zwemmen, af en toe een film kijken. Verder is Keimpe ‘druk’ met klusjes, weersvoorspellingen bijhouden, routeplanning en wint hij iets te vaak een spelletje. Ank is overdag veel bezig met mailen en bellen om meer duidelijkheid te krijgen over de terugtocht en is (even) chagrijnig als ze een spelletje verliest. We hebben het - ook met andere boten - regelmatig over onze terugtocht. Op verzoek van maandblad Zeilen hebben we meegewerkt aan een artikel over het dilemma van boten hier in de Carieb: blijven of terugvaren? Het artikel kun je hier lezen.

Onlangs is besloten dat de noodtoestand op St Maarten nog drie weken verlengd wordt. De winkels zijn dan wel drie dagen per week open en ook essentiële dienstverleners/bedrijven mogen open. We weten nog niet of daar ook marina’s onder gaan vallen. Binnenkort raken onze tanks wel leeg en zullen we ze dus ergens moeten kunnen vullen. We zullen zien hoe dat uitpakt.


Blijf allemaal gezond!







zondag 5 april 2020

Henk, Karel, Frank en de prime minister

Sinds deze week hebben we twee nieuwe vrienden op Sint Maarten, nou ja eigenlijk één: Henk. Henk is onze buurman die een paar keer per dag nieuwsgierig rondkijkend naast onze boot zijn kop omhoog steekt. We zwaaien dan vrolijk en roepen: “Dag Henk!”. Henk zegt niks terug; het is een schildpadje, die regelmatig rond onze boot zwemt. Karel willen we niet echt een vriend noemen. Karel is een behoorlijk grote kakkerlak, die Keimpe begin deze week onder de vlonder in de bakskist ontdekte. Brrrrrrr, Karel is niet welkom en we roepen dan ook “Ga weg Karel!”. We geven hem een extra groot kakkerlakkenhotel kado. Klinkt gastvrij, maar het is een lokdoosje. De inhoud van het hotel is aantrekkelijk voor kakkerlakken, maar een bezoek overleven ze in principe niet. Ze sterven ergens in een verborgen hoekje. Dat is wel een beetje een nadeel, we weten dus nooit helemaal zeker of Karel nu nog ronddartelt in onze bakskist. Binnenkort maar weer eens kijken.

Inmiddels liggen we alweer een week voor anker. Maandag zijn we nog een keer naar de marina gevaren voor diesel, water en boodschappen. Daarna zijn we nog twee keer naar de kant geweest voor wat boodschappen. We kunnen vanwege Corana-maatregelen alleen de boot af voor boodschappen en we mogen met de boot niet rondvaren langs de kust van St Maarten. We moeten ons op en rond de boot vermaken. We ontwikkelen een dagritme en de dagen gaan snel voorbij. We staan rond een uur of acht op, ontbijten en drinken koffie. Keimpe bekijkt de weersvoorspelling en doet de ‘klus van de dag’: vloerdelen in de kajuit beter vastzetten, de romp poetsen, lijnen checken en splitsen, scharnieren van deurtjes weer vastzetten en nog heel veel meer. Ank communiceert in overleg met twee andere zeiljachten met overheiden, kustwacht, ocean cruising community, vrienden en anderen over mogelijke ondersteuning en beperkingen voor de terugtocht naar Nederland. Inmiddels weten we dat zeker 30 boten de intentie hebben om over te steken. Anderen willen naar Curacao om verder te cruisen zodra de Corona-ontwikkelingen dit toelaten, maar de overheid van Curacao heeft aangegeven dat op dit moment alleen noodgevallen welkom zijn. Voor terugkeer naar Nederland zijn er veel vragen. Kunnen we een tussenstop maken op de Azoren en onder welke voorwaarden? Tot nu is alleen ankeren en opnieuw inslaan toegestaan; dan moet je snel weer vertrekken. Kunnen we tussen Azoren en Nederland nog stops maken? Dit is nog onduidelijk. Kunnen we Nederland zo in? Dit lijkt er wel op. Daarnaast volgt Ank de ontwikkelingen rond Corona op St Maarten op de voet. Al met al veel bellen, appen en mailen; dat valt niet altijd mee, omdat het mobiele netwerk traag is en nogal eens uit de lucht gaat. Eind van de middag gaan we zwemmen (Ank is aan het aquajoggen; da’s best zwaar, vindt ze) en spelen daarna een spelletje Yachtzee. ‘s Avonds beetje lezen en vaak rond een uur of 10 naar bed. Niet helemaal wat we ons twee weken geleden nog voorgesteld hadden, maar de zon schijnt, de zee is blauw en warm en contact met familie en vrienden is makkelijk te maken.

Tot donderdag voer de coast guard zeker drie/vier keer per dag langs in de baai om het strand af te speuren en de jachten te checken. Nu geloven ze het wel. Sinds de avondklok halverwege deze week komen ze alleen ‘s avonds langs om te checken of er nog volk is op het strand. Verstoorde wel even ons ritme, je raakt er toch aan gewend, zo’n boot die langsvaart. Gelukkig hebben we Frank en familie die voor vermaak zorgen. Zo scheuren ze langs met de dinghy met Frank erachteraan die zijn kiteboard met foil als plank gebruikt om te waterskiën! Wow, dat ziet er spectaculair uit. Frank zwemt ook elke dag een flink rondje en gebruikt onze boot als keerpunt. We applaudisseren luid als hij voorbij komt.

Vanaf woensdag is er een avondklok ingesteld. Niemand mag de straat op tussen 8 uur ‘s avonds en 6 uur ‘s ochtends. Ook moet je een formulier bij je hebben waarop je hebt aangegeven waarom je op straat bent, bijvoorbeeld om urgente boodschappen te doen. We hebben dat als pdf op onze mobieltjes, maar niemand controleert het. In de supermarkt moet je eerst je handen reinigen, mag er maar een bepaald aantal mensen naar binnen, en zien we steeds meer mensen met mondkapjes en handschoentjes. De mandjes (de handgrepen van de winkelwagens worden gereinigd) en het pinapparaat gaan gewoon van (blote) hand naar (blote) hand. Het lijkt niet waterdicht.

De prime minister hier hamert erop dat iedereen zoveel mogelijk thuis moet blijven. Het werkt blijkbaar niet, veel mensen schijnen de maatregelen te negeren, ook personen die in quarantaine zitten terwijl ze ziek zijn! Vrijdagavond kondigt ze dan ook een total shut down aan. Wat dat wordt horen we pas zaterdag aan het begin van de avond. De prime minister roept de noodtoestand uit en vanaf zondag 5 april geldt er een total shut down voor twee weken. Dat betekent dat twee weken lang alles gesloten is, behalve enkele essentiële diensten. Niemand mag de straat op uitgezonderd mensen met vitale functies, zoals politie, medisch personeel, ed. Supermarkten zijn dicht, al wordt dit na een week geëvalueerd. We wisten dat het eraan kwam, maar hadden geen idee van de duur en schrikken wel even: twee weken is best lang. Als we heel zuinig zijn, hebben we nog brood en verse groente en fruit voor een week, daarna zal het veel blikvoer en zelf bakken worden. Ook zullen we zuinig moeten zijn met het water in de tanks; we weten nu nog niet of we tussendoor bij de marina terecht kunnen.

We kunnen nu nog minder van de boot en proberen hetzelfde dagritme (met nog wat meer bewegen; iemand goede tips?) te houden. Hopelijk doet Henk dat ook en kunnen we elke dag een paar keer naar hem zwaaien.

Blijf gezond en zorg goed voor elkaar.



maandag 30 maart 2020

Op de kant op Sint Maarten

Het is zondag 29 maart, een week verder sinds ons vorige blog, een week om niet snel te vergeten. 

Op maandagmorgen, de 23ste, zijn we begonnen om de spullen te kopen die nodig zijn voor de reparaties en onderhoud dat we op de wal willen laten plaatsvinden. De schroefasafdichting is het belangrijkste en naar verwachting ook het moeilijkst verkrijgbare onderdeel. Maar door een geniale ingeving van Ank om iemand, wiens blog ze een tijdje heeft gevolgd en die nu bij de watersportwinkel Island Water World werkt, om hulp te vragen hebbe we binnen no time een afdichting. Dank Gaby! Na overleg met de werfbaas staan we even later op de wal. Nu hebben we een huis op palen; sanitair en keuken op de werf kunnen we gebruiken. We hebben geen idee hoe lang dit zal gaan duren. Hoe snel werken ze hier? Komen we nog wel het water weer in voor een eventuele lock down?

We hadden er op gerekend zelf aan slag te kunnen, maar op deze werf is het regel dat het werk onder de waterlijn voor de werf is. Voor andere dingen kunnen we wel zelf aan de slag. Het meest urgente werk is onder de waterlijn (asafdichting, lager uithouder, anodes, antifouling enzo), zodat we veel tijd hebben voor boodschappen en minder urgente punten op de klussenlijst.

Omdat we zijn ingeklaard onder de voorwaarde van een (beperkte) quarantaine is het ons toegestaan op de werf te lopen, te klussen en boodschappen te doen bij de supermarkt aan de overkant van de straat. Medewerkers van de Immigratiedienst komen twee keer langs om te vragen hoe het met ons gaat en of de reparaties lukken; “You are in our minds” zegt de dame hartverwarmend. Ondertussen wennen we aan de werknemers van de werf en zij ook aan ons (het gaat hier toch wat anders dan in Nederland). In de loop van de dagen hebben we mooie gesprekken met de werfbaas, de medewerkers en andere mensen op het terrein van de werf (daarbij proberen we social distance in acht te houden). Als het donker is en iedereen naar huis, worden we af en toe wel een beetje nerveus van lawaaiige, dronken mensen in de buurt of een ruzie op de parkeerplaats vlakbij. In de loop van de week wordt het echter steeds stiller op straat. De oproep om thuis te blijven daalt langzaam in.

Er komen steeds meer maatregelen hier. In de rij voor de supermarkt: er mogen niet meer dan 20 mensen in de winkel, handgrepen van karretjes worden schoongemaakt, enzovoorts. Alleen essentiële bedrijven zijn open; gelukkig voor ons ook de wasserette. Eigenlijk allemaal regels die eerder zijn genomen in Nederland. Er is hier ook nauw contact met de RIVM. Het aantal Corona-gevallen en de maatregelen tussen de Franse en Nederlandse kant van het eiland verschillen behoorlijk. We verwachten hier komende tijd steeds strengere maatregelen. Sterker nog bij publiceren van dit blog worden nieuwe maatregelen vanaf morgen aangekondigd.

Sint Maarten is nu nog een prima plek om te liggen in vergelijking met andere eilanden in de Cariben. Bijna alle landen hier zijn nu op slot, in een aantal landen kun je niet of nauwelijks naar de kant en er zijn landen waar je weg moet als je inklaringsperiode is afgelopen (uiteraard vertellen ze dan niet waar je dan wel heen kunt). In Sint Maarten is er (nog) relatief veel bewegingsvrijheid. Daarnaast ervaren we veel steun van de mensen met wie we in contact komen. We zijn blij met de vaklui die op de werf werken en met alle hulp die we krijgen.

We zijn onzeker over waar heen te gaan voor het orkaanseizoen aanbreekt. Voor ons zijn er twee opties: terug naar Nederland of naar Curacao (dit ligt buiten het orkaangebied, maar toegang tot het eiland is nu nog erg onzeker). Terugvaren naar Nederland zal in hoofdzaak in één ruk moeten, omdat je waarschijnlijk geen tussenstops meer kunt maken in andere landen (de Azoren kun je nu wel aanlopen, maar je kan niet de kant op). Tussenstops zijn welkom om opnieuw in te slaan, nodige reparaties uit te voeren, uit te rusten of uit te wijken voor slecht weer. We verwachten dat deze situatie de komende maanden niet zal veranderen, mogelijk alleen strenger zal worden. Als je naar Curacao uitwijkt, weet je niet wanneer je weer verder kunt, of je naar Nederland kunt vliegen en of je de boot dan goed kunt achterlaten. En kom je überhaupt Curacao wel in? We gaan er voorlopig vanuit dat we terugvaren naar Nederland, en dat het weleens een lange reis kan worden. Gelukkig hebben we nog wel even de tijd om hierover na te denken en ons voor te bereiden; de beste tijd om de terugreis te aanvaarden is mei / juni. Ook is er veel overleg met andere boten; via WhatsApp of via een speciaal opgerichte facebook groep. Er zijn inmiddels verschillende initiatieven ontplooit. Zo is een boot erg druk bezig om te kijken of Nederlandse jachten naar Curacao in mogen, vooral bedoeld voor boten die in de Cariben willen blijven. Wij zijn samen met twee andere jachten aan het kijken hoe we ondersteuning vanuit Nederland kunnen krijgen voor de lange oversteek naar huis. 

Veel mensen bieden aan mee te helpen en mee te denken. Yvonne doet experimenten thuis om met zo weinig mogelijk gas lekker brood te bakken, Anne houdt de Corona-maatregelen op Sint Maarten voor ons in de gaten, Paul stuurt ons verhelderende artikelen over Corona en zo kunnen we nog wel even doorgaan. Maandag de 23e hebben we ons eerste online verjaardagsfeestje van Yvonne gehad met vrienden uit Nederland en Engeland. Het werkte, haha: na een serieuze start begon het lekkere kletsen en lachen zoals op feestjes. Deed ons goed, vrienden van ver even zo dichtbij te hebben en te zien.

We liggen sinds gisteren, na voorspoedig verlopen reparatie en onderhoud, weer in het water. We liggen voor anker in de baai bij de hoofdstad Philipsburg. Aan de horizon zien we Saba liggen, maar dat is nu onbereikbaar. Verder kijken we uit op de lege pieren waar normaal de cruiseschepen liggen en zien we lege stranden met daarachter winkeltjes, barretjes en restaurants met dichte rolluiken. Het is een verstild landschap en een spookstad. Maar we liggen hier goed: er liggen hier nog vier andere zeilboten, we kennen nu mensen bij de werf en er is een prima supermarkt dichtbij.

Het gaat goed met ons; af en toe een dipje door de onwerkelijke situatie en gestresste gedachten, maar ach, vast herkenbaar voor iedereen. We moeten nog wel bedenken hoe we voldoende beweging krijgen als we de hele dag op de boot zitten. Keimpe is vandaag al goed gestart met het poetsen van de romp. Veel rondjes om de boot zwemmen zal het wel worden, prachtig blauwgroen en helder water, witte stranden, lekker temperatuurtje, zeeschildpadjes die nieuwsgierig komen kijken, ...

Blijf gezond allemaal!

Zoen,
Keimpe en Ank





zondag 22 maart 2020

Op Sint Maarten

“In het verkennen van nieuwe plekken ‘hier’ in dit oostelijk deel van de Cariben hebben we beiden inmiddels veel zin. Hoe dit gaat uitwerken in verband met het oprukkende Coronavirus is wel spannend; we zullen ondervinden.”

Dit zijn de laatste twee zinnen van ons blog ruim een week geleden voor vertrek naar Barbuda, een klein eiland ten noorden van Antigua. Voor we wegvaren van Antigua checken we of we naar Sint Maarten - onze volgende stap - kunnen zeilen. We lezen dat we als Nederlanders welkom zijn. Ook de verdere situatie in de Carieb oogt redelijk rustig als het gaat om Corona. 

We genieten op Barbuda een paar dagen van de vele kleuren blauw (inclusief regenwolken), de witte stranden en de zeeschildpadden die regelmatig even bij de boot komen kijken. Het is een schitterend eiland dat helaas nog steeds de sporen draagt van de orkaan Irma uit 2017.

We hebben een prachtige zeiltocht van Barbuda naar Sint Maarten en komen daar donderdag 19 maart in de middag aan. We ankeren in Simpson Bay en gaan met de dinghy naar het gebouw van de customs/immigration om in te klaren. Als we aan het loket vertellen dat we willen inklaren is het antwoord meteen: “No, not possible. Only residents of St Maarten are allowed to enter.” In de  paar dagen ‘offline’ is er heel veel gebeurd, bijna alle Caribische eilanden blijken ‘op slot’ te zitten. We schrikken enorm en op onze vragen ‘hoe, wat, waarom, wat nu, help ....’ krijgen we geen antwoord. 

We gaan terug naar de boot en gelukkig doen onze simkaarten het en hebben we via Whatsapp snel contact met andere boten. We halen het anker op en gaan naar Great Bay. De ochtend erop zijn we druk bezig met het invullen van o.a. een gezondheidsverklaring en zoeken we contact met de Nederlandse vertegenwoordiging hier op het eiland. Terwijl we daarmee druk zijn komt er een boot van de coastguard langszij. We leggen uit dat we de dag ervoor niet hebben kunnen inklaren en dat we op zoek zijn naar een mogelijkheid om wel in te kunnen klaren om onze boot te kunnen repareren en nodige inkopen te doen. We hebben op Antigua een lijn in de schroef gehad en sindsdien lekt de schroefasafdichting en willen we weten of er schade onder de boot is en zo ja wat. We krijgen het advies om opnieuw naar de Immigration te gaan, nu in Great Bay. De medewerker daar is zeer behulpzaam en regelt een maritiem inspecteur om ons verhaal te verifiëren. We varen naar de marina vlakbij en de inspecteur onderschrijft de noodzaak voor reparatie en regelt dat we wel ingeklaard worden. We krijgen ook goede hulp van Loydd, de baas van de werf waar we liggen.

We zijn heel blij dat we op St Maarten kunnen blijven. Het is nu zondag 22 maart en morgen maken we een plan met de werf voor reparatie en onderhoud. We zijn twee weken in quarantaine; in principe moeten we op de boot blijven, maar we mogen wel boodschappen doen en klussen. We zijn overvallen door de snelle ontwikkelingen en de consequenties, die overigens nog niet goed te overzien zijn. Voor ons is de reis in zekere zin voorbij, we kunnen voorlopig niet verder de Caribische eilanden verkennen. Bijna alle eilanden zitten op slot. Toeristen, die hier met het vliegtuig waren, zijn inmiddels teruggevlogen naar huis. We gaan de boot klaarmaken voor de terugreis, al weten we nog helemaal niet wanneer en hoe. Dat is een heel ander avontuur. Verder blijven we de ontwikkelingen op het eiland nauwgezet volgen en afwachten wat er gaat gebeuren. We zijn heel blij dat we vanuit hier goed contact kunnen houden met vrienden en familie in Nederland en met zeilvrienden die ook ergens met hun boot onderweg cq. ergens gestrand zijn.

In dit blog volgende keer meer over ons nieuwe avontuur...

Blijf gezond en zorg goed voor elkaar!

PS Foto’s van Barbuda volgen zsm











vrijdag 13 maart 2020

Gedoe met water, Ank’s eerste keer en een zwaar besluit

Het tochtje van Les Saintes naar Ilet du Grosier op Guadeloupe, een mijl of 20, begon rustig. Mooie wind, lekker zonnetje. We wisten dat er eventueel buien over zouden kunnen komen, maar de buienradar laat weinig nattigheid zien. Met gereefd grootzeil en genua zeilen we aan de wind met zo’n 15 knopen wind. Na een uur zien we een grijze lucht aankomen, waar stortregen en harde wind uit blijkt te komen. We halen de genua weg en zeilen door met dubbel gereefd zeil, om de windstoten op te vangen. Juist op dat moment horen we binnen een alarm afgaan! Wat nu? Ank gaat kijken: het is het bilgealarm. Dat gaat af als er onderin de boot water staat en de automatische bilgepomp aangeslagen is. Waar komt het water vandaan? En hoeveel komt er binnen? Ank gaat sturen en Keimpe gaat naar binnen om als eerste alle afsluiters dicht te doen en dan te onderzoeken waar het water vandaan komt. We zetten de motor bij en varen flink aan de wind door de bui met striemende regen en veel wind. Gelukkig komt Keimpe er vrij snel achter dat het water uit de ankerbak komt. Als hij het ankerluik opent staat de ankerbak helemaal vol water. Stom, stom stom, stom! Het buiswater dat in de ankerbak loopt kan niet weg omdat de loosgaten dicht zitten. Vanwege een reparatie in Les Saintes van de ankerlier - die in de ankerbak staat - heeft Keimpe de loosgaten dichtgestopt om verlies van losse onderdelen te voorkomen. Het buiswater in de ankerbak loopt over in de kettingkluis en vandaar sijpelt het de boot in. Terwijl de wind buiten blijft gieren en regen rijkelijk uit de hemel blijft komen, gaat Keimpe gaat aan de slag met pompen, puts en sponzen om de grootste nattigheid uit de boot te krijgen. Ank wordt dweilnat en koud achter het stuurwiel. Waarom nu dit oncaribische weer? Bij aankomst op Guadeloupe zijn we twee dagen bezig om de boot te ontzouten, ach we zien het maar meteen als een soort voorjaarsschoonmaak. Voor carnaval is de boot weer spik en span.

Ook in Guadeloupe wordt carnaval gevierd. Het begint hier al begin januari met als hoogtepunt dezelfde dagen als in Nederland, voor de vastentijd. Op zondag gaan we naar de grande parade in Point-a-Pitre. De Europeanen hebben Carnaval naar de Carieb gebracht, maar het heeft hier geleidelijk een Caribische draai gekregen waarbij ook wordt verwezen naar de tijd van de slavernij. Zo zie je in de parade regelmatig groepen jongens met een apenmasker op hard met een zweep van touw slaan, wat klinkt als vuurwerk.


De parade is vol met kleur en dans, maar staat ook regelmatig stil. Alle groepen moeten langs een jury wat voor oponthoud zorgt. Het is erg warm, en niet alleen voor ons, want sommige deelnemers worden afgevoerd en het publiek schuilt onder paraplus. Toch genieten we van de muziek en alle mensen om ons heen.

Na het carnaval varen we naar het volgende eiland Antigua. We weten niet hoe we het voor elkaar krijgen, maar onderweg hebben we elk keer fikse regenbuien en harde wind. Antigua ligt bij aankomst in een grauwe grijze sluier van druilerige regen, weer niks Caribisch weer. We ankeren bij Jolly Harbour in prachtig blauw water. Op deze mooie plek liggen we twee dagen en genieten van de omgeving, jagende pelikanen en jagende vissen rondom de boot. Ook beleeft Ank hier haar eerste keer! Bij zonsondergang als de zon in de zee verdwijnt, ziet ze voor het eerst de befaamde ‘groene flits’ als het laatste stukje oranje zon dat achter de horizon verdwijnt groen oplicht.

De supermarkt hierzo heeft een Amerikaans assortiment en ze hebben werkelijk alles, zelfs boerenkool. De prijzen zijn schrikbarend hoog; voor een klein bakje yoghurt van 100 ml betaal je zo 5 euro. Dus we ontbijten de afgelopen dagen met zelf(door K)gemaakte griesmeelpudding, helemaal geen straf :-). 

Na een lekker zeiltochtje gaan we voor anker in Falmouth Harbour, met een marina voor super-mega- en andere veel te grote en glimmende jachten. Op zondag gaan we naar de Sunday Party op Shirley Heights. Al meer dan 30 jaar is hier elke zondag een feest vanaf een uur of vier. Eerst speelt er een steelband en daarna een reggaeband. Er zijn bars waar je rumpunch kunt krijgen en er is een BBQ. Er komen enorm veel toeristen op af. Want naast het feest heb je op Shirley Heights ook een prachtig uitzicht op English en Falmouth Harbour en de zonsondergang is adembenemend. De steelband was geweldig, maar de reggaeband viel tegen. Dus we gaan terug met de taxi en nemen nog een afzakkertje in het clubhuis van de yacht club. Daar ontmoeten we Karam uit Weymouth die op bezoek is bij zijn vader die schipper is op grote zeiljachten hier in de Carieb. Het wordt een gezellige avond met de nodige cocktails. In Falmouth Harbour vervullen we ook onze missie om een meegenomen pakketje van de eigenaresse van restaurant Dokjard in Groningen te overhandigen aan Abe, een vriend van haar uit haar stage van 10 jaar geleden hierzo. We blijven nog een paar dagen in Falmouth Harbour en maken een paar prachtige wandelingen langs de kust. 

Tijd om weer verder te gaan, maar.... bij het water tanken bij de yacht club krijgen we een dunne lijn, die vrijwel onzichtbaar vanaf de kant het water in gaat, vast onder de boot. Het duurt even voor ie los is, maar dan kunnen we vertrekken. Al snel blijkt dat de lijn toch in de schroef zit, dus we gaan aan een mooring liggen. Keimpe is zeker drie kwartier bezig om de lijn uit de schroef te krijgen. Dit akkefietje heeft nog wel een staartje want het blijkt dat de afdichting van de schroefas een knauw heeft gekregen en een beetje water naar binnen lekt. Niks wat ons nu belet verder te gaan, maar voor de volgende oceaanoversteek moet er wel een nieuwe op.

De dag erop vertrekken we echt en gaan richting Nonsuch Bay om te snorkelen. Onderweg komen we nog de laatste roeiboot met twee dames - waarvan één van 64 jaar oud/jong - tegen van de Talisker Whisky Atlantic Challenge, een roeiwedstrijd van 3000 mijl van La Gomera (Canarische Eilanden) naar English Harbour op Antigua. De start was op 12 december, dat betekent dat de dames er 86 dagen over hebben gedaan, een gemiddelde snelheid van 1,5 mijl. We hebben ze nog even goed aangemoedigd en een applausje gegeven. Dat konden ze wel waarderen.

In Nonsuch Bay liggen we achter een rif met uitzicht op de oceaan. Ongelofelijk dat een rif ervoor zorgt dat je zo rustig ligt, terwijl aan de zeezijde de golven erop stukslaan. De dag erop gaan we snorkelen met Stef en Manon van de Long John Silver. Veel rif is dood of bedekt met een laagje ‘stof’, maar we zien toch genoeg mooie vissen en zelfs een rog. We proberen een nieuwe manier uit om in de dinghy te komen (zie dit filmpje) en het werkt! We zijn wel met de grote dinghy van Manon en Stef en moeten nog even uittesten of deze omgekeerde koprol ook werkt bij onze kleine dinghy, of dat die de koprol maakt in plaats van ons.

Na Nonsuch bay zeilen we langs de kustlijn weer terug naar Jolly Harbour. Een mooie tocht, niet alleen de kust maar ook het uitzicht van de superjachten die op zee aan het oefenen zijn voor de Super Yacht challenge, een wedstrijd die op 11 maart start. In Jolly Harbour staat veel swell als gevolg van een koufront ter noorden van het Caribisch gebied. Het zo heldere water van een week geleden is nu helemaal troebel, maar de kleuren blijven geweldig. We gaan kort de marina in voor wat klussen en de nodige boodschappen. 

De volgende stop wordt Barbuda, een klein eiland met ongeveer 1800 inwoners 25 mijl ten noorden van Antigua. Ons plan is nieuwe eilanden en plekken te ontdekken van hier tot Puerto Rico en niet naar Cuba te gaan. Dit laatste was een moeilijke beslissing, omdat Ank naar Cuba gaan niet ziet zitten, terwijl Keimpe er juist veel zin in heeft. In het verkennen van nieuwe plekken ‘hier’ in dit oostelijk deel van de Cariben hebben we beiden inmiddels weer veel zin. Hoe dit gaat uitwerken in verband met het oprukkende Coronavirus is wel spannend; we zullen ondervinden. 

Klik hier om de foto’s te bekijken.

zaterdag 22 februari 2020

Langs de Caribische eilanden

Bad hairday at Bequia! (dat rijmt, want Bequia spreek je uit als Bekwee ...)
Krssssnttt ....
hmmmm klinkt niet als een scherpe schaar
Knknnnnn ....
de eerste pluk is eraf
Krsss krssss krssss kntknnnn ....
de tweede pluk is eraf

Langzaamaan bekruipt het gevoel bij Ank dat de tip van de barvrouw in Bequia voor een kapper misschien niet de tip had moeten zijn om op te volgen ...

Als dan met twee ferme knippen ook haar pony helemaal weg is, sluit ze haar ogen. Relax ....

Maar goed hoe kwamen we op Bequia? 

Na een kleine vertraging, omdat Keimpe ‘door zijn rug gaat’ bij het halen van een biertje uit de koelkast :-), vertrekken we op 24 januari vanuit Suriname naar Bequia. Dit is 600 mijl varen en we verwachten er ongeveer vier dagen over te doen. De eerste 30 mijl is over de Surinamerivier. Met de stroom mee zijn we al in vier uurtjes op open zee. Het is een rustige oversteek, weinig golven, veel zon en helaas de laatste 24 uur heel weinig wind, dus de laatste dag zeilen we met de motor erbij aan. Na 3,5 dag gaat vlak voor het donker het anker uit in Admiralty Bay bij Bequia. Na een verdiend welkomstbiertje vallen we snel in slaap. 

Tijdens onze vorige reis was Bequia onze eerste stop na de oceaanoversteek. Wat waren we moe toen na 2 weken oversteken met continu buien, nu gelukkig een stuk minder. Het is weer een relaxed eiland en de prijzen zijn nog steeds hoog; het maakt niet uit of je nu wat tomaten, een mango, biertje of rumpunch koopt, maar het mag de pret niet deren. We lummelen een paar dagen en genieten van de plons in het prachtig blauwe en heldere water om wakker te worden, de eerste rumpunch bij zonsondergang en zien tijdens het snorkelen vele tropische visjes. Er is een muziekfestival op het eiland en daar gaan we naartoe. We kijken onze ogen uit en voelen ons eigenlijk nog best jong als we kijken naar het ‘swingende’ publiek om ons heen, gemiddeld rond de 75, minstens. Zouden deze overwegend blanke mensen en wellicht ex-zeilers Bequia als plek gekozen hebben voor hun oude dag? 

Na een week in Bequia zeilen we naar Martinique. Het is een tocht met een aan-de-windse koers, met veel wind en water over dek. Op Martinique gaan we in de marina bij Le Marin liggen om wat klussen te klaren. Zo moeten we (oké Keimpe) de mast in om een nieuwe marifoonantenne te installeren, het ankerlicht te maken en de windex beter vast te zetten. Het klussen wisselen we af met een sundowner en lekker etentje met Johan en Ilse van de Fifty Fifty. En als zij vertrokken zijn nemen Renate en Damir van de Joint Venture II deze ‘taak’ goed waar met nog een etentje. Als alle klussen (voor nu) klaar zijn, gaan we verder. 

We ankeren een nachtje bij Petit Anse Arlet en gaan dan door naar Saint Pierre de laatst stop voor een lange dagtocht naar Les Saintes (75 mijl). Deze tocht start vliegend met harde windstoten in een regenbui. Achter het roer ziet Ank voor het eerst deze reis 35 knopen op de windmeter. Gaia geeft geen krimp, Ank schijnt heel zachtjes help geroepen te hebben ;-). Bij Dominica krijgen we wind tegen. Voor donker gaan we Les Saintes niet halen en we maken een ankerstop voor de nacht in Rupert Bay. 


Op Les Saintes liggen we aan een mooring vlak bij het dorp Terre-de-Haut. Op het eiland klinkt muziek en getrommel. Het zijn verklede muzikanten en dansers die de straat bevolken. Nog niet het echte carnaval, dat is pas volgende week, maar de stemming zit er al goed in. Om het eiland te verkennen kun je kiezen uit het huren van een golfkarretje, scooter of elektrische mountainbike. We kiezen voor de sportiefste mogelijkheid. Op alle fietsen zitten enorm brede banden. Waarom snappen we niet helemaal, want het zijn allemaal verharde wegen. Op het eiland stikt het van de loslopende hanen, kippen, kuikentjes en geiten. Ook zien we een paar grote leguanen, helaas alleen van grote afstand. Tijdens het fietsen komen we langs een paar prachtige stranden. Naar een van de stranden lopen we de dag erop om te gaan snorkelen. Les Saintes is een relaxed eiland met leuke kroegjes aan het water voor een sundowner. Frans praten valt niet mee, maar we komen er langzaam in. 

Na een paar dagen zeilen we verder naar Ilet du Gosier bij Guadeloupe. Dit stukje dat start met een blauwe lucht en een lekker windje blijkt een stressvolle tocht te worden, waarover volgende keer meer ....

Klik hier om de foto’s te bekijken.


woensdag 22 januari 2020

Suriname 3: hangmatteren, boskip, twee keer geen kaaimannen, wel een nat pak, aapjes en veel vogels

Bijgekomen van onze avontuur op Tonka eiland, besluiten we het nu anders te doen en met een georganiseerde tour op pad te gaan naar Boven-Suriname. Dit deel van Suriname begint voorbij het Brokopondo stuwmeer en de naam Boven-Suriname verwijst naar de bovenloop van de Suriname-rivier, waar veel dorpjes van Marrons, afstammelingen van naar het oerwoud gevluchte slaven zijn. Een busje pikt ons op en rijdt ons samen met ander gasten (een leuk groepje Nederlandse Surinamers en Nederlanders) naar het plaatsje Atjoni. Hier stopt de weg en worden we verder vervoerd met korjalen op de rivier. Bij Atjoni is het druk, een logistiek centrum waar mensen en spullen van weg naar water en visa versa overgezet worden. Geweldig om te zien wat er allemaal niet in de smalle korjalen wordt vervoerd: diepvriezers, zonnepanelen, maar ook scholieren en toeristen zoals wij. Wij gaan naar Knini Paati, een lodge op een eilandje midden in de rivier. Het is een uur varen en onderweg komen we verschillende stroomversnellingen tegen. De korjaal vaart met grote vaart vlak langs en over de rotsen. De stuurman tilt af en toe de buitenboordmotor uit het water en degene voorop gebruikt een peddel om tussen de rotsen te manoeuvreren. Af en toe klotst het water over de rand en zo ontdekken we dat onze - op het oog waterdichte - rugzak lekt. De lodge is een prachtige plek, waar we een cabin hebben met bedden, douche en airco, o ja en een hangmat op de veranda. Er is in de lodge een gezamenlijk deel voor eten, chillen, aapjes kijken, enz.

We blijven twee nachten op Knini Paati en genieten. Na aankomst gaan we eerst zwemmen in een sula, een stroomversnelling in de rivier. Het is net een soort whirlpool, je gaat in de sula zitten/liggen en het water masseert heerlijk je nek en rug. Keimpe voelt wel wat prikken onder water, maar de gids verzekert ons dat in dit deel van de rivier alleen maar vegetarische piranha’s zijn, dusssss. Tja en wat doe je dan na zo’n inspanning? Je gaat hangmatteren bij het huisje! Hangmatteren, oftewel chillen in een hangmat, is een van de nieuwe woorden die we tijdens deze trip leren. Aan het einde van de middag drinken we aan de bar onze eerste djogo (nieuw woord), een literfles Parbo bier die je deelt met andere mensen, of bij grote dorst met zijn tweeën opdrinkt. Na een heerlijke maaltijd gaan we de korjaal weer in om in het donker kaaimannen te spotten, helaas niks, njet, njada (komt door volle maan volgens de gidsen). Bij terugkeer op Knini Paati worden we verwelkomd door getrommel: een dansgroep uit het nabij gelegen Marrondorp komt een optreden geven. Het is een mooie combinatie van muziek, dans en verhalen over het alledaagse leven. Uiteraard wordt aan de groep gevraagd om mee te dansen, tja dat ziet er stuntelig uit in vergelijking met de de swingende dames. We slapen die nacht als rozen, maar zetten de airco wel van 21 naar 26 graden, die kou zijn we niet meer gewend.

De volgende dag bezoeken we de Marrondorpen Laduani en Aurora. Het zijn traditionele dorpen van Samarracaanse Marrons. Onze gids Bernard is kapitein in Aurora en boeit ons met zijn verhalen over hoe de dorpsgemeente bestuurd wordt, hoe het christelijke deel en traditionele deel van het dorp naast en door elkaar leeft en hoe ook hier de jongeren wegtrekken naar de stad (Paramaribo). De bewoners willen niet op foto, maar maken daar soms op verzoek van de gidsen of tegen een geringe vergoeding een uitzondering op. 

Om ons voor te bereiden op de jungletocht aan het eind van de middag gaan we na de lunch een uurtje hangmatteren, dat bevalt ons wel. We gaan er een kopen om te gebruiken op de boot en later in de achtertuin in Groningen. Met lange broek aan en stevige schoenen gaan we de jungle in. Eerst lopen we over een kostgrond van de familie van de eigenaar van de lodge. Een kostgrond (of kostgrondje) is een stuk land in de jungle dat geschikt is gemaakt voor het telen van gewassen voor eigen gebruik. Je kunt het vergelijken met een moestuin. Alleen is een kostgrond niet zo geordend als een moestuin; alles groeit door elkaar heen met als reden dat de verschillende soorten elkaar zo beschermen. Na een paar jaar is een kostgrond uitgeput en worden er weer bomen gepland. De dag erop vertrekken we helaas weer naar Atjoni, maar niet voordat we nog even gezwommen hebben in de sula naast Knini Paati. Op de terugweg in de korjaal raken we in een stroomversnelling de rotsen, waardoor het water tot onze middel binnenstroomt. Maar we halen Atjoni en het busje brengt ons weer terug.

Na ons bezoek aan Boven-Suriname blijven we een paar dagen rondom de boot om alle indrukken een plekje te geven. Na een tip gaan we samen met Ad en Yolanda van de Windsong naar de Vlindertuin in Lelydorp. De Vlindertuin is een kwekerij voor de export van tropische vlinderpoppen en schildpadden. De kwekerij is geopend voor publiek en er worden rondleidingen verzorgd. De dame die onze rondleiding verzorgd doet dat in een razend tempo en het is niet de bedoeling dat we even stil blijven staan: “hup hup, de groep moet wel bij elkaar blijven”. Maar toch was het leuk om het verhaal van de kweek te horen. De rondleiding eindigt in een vlindertuin waar we genieten van de vele soorten die er rond fladderen. Nou en er fladdert meer rond in die vlindertuin, we worden allemaal flink gestoken door muggen.

We willen nog een keer naar het gebied Commewijne, er zijn daar verschillende plantages die we willen bezoeken. We hebben een ambitieus plan om op één dag fort Nieuw Amsterdam en de oude plantages Marienburg en Peperpot te bezoeken. We starten bij een van de oudste plantages in Suriname, Peperpot. Aanvankelijk werd er tabak verbouwd, maar een nieuwe eigenaar in de 17e eeuw is overgestapt naar cacao en koffie. Naast Peperpot ligt een natuurgebied, Peperpot Nature Park. Bij de ingang van dit park parkeren wij de auto en de dame van de receptie verteld ons dat het een uurtje door het park lopen is voor je bij de plantage komt waar je heerlijk kunt lunchen. Nou dat uurtje was een wandeling van bijna twee uur en we zijn echt niet verdwaald. Onderweg genieten we van voorbijschietende leguanen - ook wel boskippen genoemd omdat ze veel gegeten worden -, vogels, vlinders, libellen en verschillende soorten apen die tussen en in de bomen slingeren. Het is flink warm en we zijn erg blij als we bij de plantage aan de Suriname rivier aankomen. In de oude gerestaureerde directeurswoning dat nu een hotel is, lessen we onze dorst met lekkere markoesa (passievrucht) sap en genieten van een heerlijke lunch. We zien huurfietsen en vragen of we die kunnen huren om terug te fietsen naar de ingang van het natuurpark, want twee uur terug lopen vinden we wel heel veel. Er wordt druk gebeld, want Melvin zou de fietsen weer terug kunnen brengen, maar eigenlijk weet niemand wie Melvin is. De suggestie wordt gedaan om een taxi te bellen, maar dan zegt een van de dames dat ze ons wel kan brengen, want haar werkdag zit erop. We zijn daar heel blij mee en onderweg hebben we een geanimeerd gesprek over eten in Suriname. Wij vinden het heerlijk, zij vindt het saai en mist een goed pizza restaurant.


Als laatste tour doen we een roadtrip naar Nieuw Nickerie waar we met een korjaal naar Bigi Pan - een ondiep brak meer in het uiterste noordwesten van Suriname gaan. De weg ernaar toe voert ons langs Groningen, waar na afschaffing van de slavernij Groningse boeren zijn neergestreken om hier een boerenbedrijf te starten. Dit bleek niet zo succesvol omdat de helft van de boeren de omslag naar het tropische klimaat niet hebben overleefd en de grond niet zo goed was als beloofd. De weg voert ook langs Wageningen, de geboorteplaats van Ank, waar we natuurlijk ook even kijken. Wageningen ligt midden in het rijstgebied van Suriname en hier is ooit met inbreng van de universiteit van het Nederlandse Wageningen de rijstteelt geprofessionaliseerd. 

Onderweg naar Bigi Pan in de korjaal varen we door een kanaaltje waar allerlei vogels te zien zijn, verschillende soorten arenden, buizerds, zilverreigers, witte en rode ibissen en lepelaars. Samen met drie Nederlandse stagiaires overnachten we in een huis op palen. ‘s Avonds gaan we flamingo's bekijken. Langzaam naderen we ze met de korjaal op de motor. Het laatste stukje gaat de motor uit en springt de bootsman in het water om ons stilletjes verder te duwen. Zo komen we redelijk dicht bij. ‘s Nachts gaan we kaaimannen en slangen spotten, maar je raad het al nada, njente, niks gezien. ‘s Ochtends gaan we weer op stap en zien we toe hoe de studenten een modderbad nemen. Als we terugvaren naar de auto blijkt dat het kanaaltje vol ligt met dode vissen, volgens de bootsman vanwege te weinig zuurstof in het water. De natuur is hier kwetsbaar, ook vanwege de intensieve rijstteelt en de ‘beschermingsmiddelen’ die daarbij gebruikt worden.

Langzamerhand zijn we vol van alle indrukken en kriebelt het om verder te gaan. We beginnen ons in te lezen over zeilen bij Cuba en krijgen daar steeds meer zin in. Het is nog wel een flink stuk, maar het plan is om met een aantal grote stappen door het Caribisch gebied in de eerste helft van maart in Cuba aan te komen. De verwachting is dat we in het midden van deze week gaan vertrekken met als eerste doel Bequia.
We gaan Suriname zeker missen: de vriendelijke mensen, de tempeltjes en drempels, de Chinese winkels, de weelderige natuur, de modderige rivieren, het chaotische verkeer, Rita en Rita, het lekkere eten, de warmte, hangmatteren, de aapjes, de stalletjes met keurig opgestapeld fruit of vis, en alle andere dingen...

Klik hier om de foto’s te bekijken.