Na Vieques zeilen we naar marina Puerto del Rey. Vanaf deze marina willen Puerto Rico zelf verkennen. We huren een auto en gaan als eerste het eiland verkennen via de panoramische route. Deze route loopt van oost naar west Puerto Rico en gaat door regenwouden en over bergtoppen. Op het eerste stuk staan enorme bossen bamboe waarvan de stengels over de weg heen hangen. Later wordt het meer tropisch regenwoud. Alles is ongelofelijk groen en groeit en bloeit. De weg is niet altijd makkelijk te vinden en we staan ook een keer zonder waarschuwing voor een wegversperring: hier gaat de route even niet verder. Kan gebeuren. Omkeren maar en een alternatieve route zoeken.
.
Onderweg zijn enorm veel barretjes. Het is weekend als wij er zijn en de meeste barretjes zijn druk bezocht, met name door mannen. Eind van de middag gaan we op zoek naar een hotel en dat valt niet mee. Een ieder aan wie we het vragen moet ook heel hard nadenken en knikt vervolgens nee, geen idee. We willen liever niet in het donker rijden over de smalle bergweggetjes en gaan naar Ponce, de een na grootste stad van Puerto Rico. Daar vinden we een leuk hotel in het centrum van de stad aan het plein Plaza de Delicias. Het is er erg rustig voor de zaterdagavond en in eerste instantie kunnen we ook geen restaurant vinden in de omgeving. Gelukkig komen we in een heerlijk restaurant terecht waar we genieten van mahi mahi.
De volgende morgen zijn we weer vroeg op pad en bezoeken we het Museo del Arte. We zijn de eerste bezoekers! Niet dat het stil is want de suppoosten, die in ruime mate aanwezig zijn, hebben elkaar een hoop te vertellen. Het is een prachtig museum, zowel het gebouw en de inrichting als de tentoongestelde werken en de manier waarop wordt tentoongesteld.
Na het museum en een rondwandeling door de stad gaan we weer richting de panoramische route. Midden in het bos is een restaurant waar we heerlijk lunchen. Ank eet mofongo, een puertoricaans gerecht wat je vaak op de menukaart ziet staan. Het is een puree van bakbananen. Lekker maar ook erg machtig.
Na de lunch gaan we naar een recreatiegebied waar je verschillende wandelingen kunt maken. Bij de parkeerplaats is een barretje waar ze kip en varken grillen. Het is er enorm druk met auto's, motoren en squads. Nadat we de auto hebben geparkeerd barst er een enorme tropische regenbui los. Niks wandelen, schuilen! Na een half uur wordt de regen wat minder. In een stoet auto's rijden we de route verder. Water gutst over het wegdek en het is voorzichtig rijden.
We stoppen nog een keer bij een uitzichtpunt en zo af en toe zie je onder het donkergrijze wolkendek de zuidkust van Puerto Rico in het zonnetje liggen. Het was ons in de marina al opgevallen, je hoort overal veel vogels. Nou in het regenwoud is er ook volop gekwetter. Bij het uitzichtpunt is het zelfs oorverdovend. We denken dan nog dat het alleen vogels zijn, maar later komen we erachter dat heel veel geluid wordt geproduceerd door een kikker: de coqui. Eigenlijk zegt ie de hele tijd zijn eigen naam: kokie, kokie, kokie.
Als we eenmaal weer op een snelweg zitten krijgen we te maken met snelheidspiraten. Links en rechts worden we ingehaald door hard scheurende auto's. Iets teveel biertjes in de bergen? Nee. Het blijkt om een straatrace te gaan, want een paar kilometer verderop staan dezelfde auto's met ronkende motoren achter elkaar op een vluchtstrook.
We willen ook nog het nationaal park El Yunque en de oude stad van San Juan bezoeken. Er is nauwelijks openbaar vervoer in Puerto Rico dus we huren opnieuw een auto. El Yunque valt tegen als je de prachtige bossen op de panoramische route hebt gezien. Het is er toeristisch en druk en de wandelwegen zijn voorzien van een betonnen laag.
In de loop van de middag gaan we richting Old San Juan. We hebben een hotel geboekt en na het inchecken gaan we naar een vegetarisch en visrestaurant dat we gevonden hebben via de website tripadvisor. Het is een bijzonder leuk restaurantje met een prachtige inrichting, lekkere kaart en we smullen heerlijk. Na het eten gaan we nog een biertje drinken in een klein barretje. Daar worden we aangesproken door een Amerikaan die drie maanden in de stad woont. Hij geeft ons een snelle tour langs de barretjes waar hij elke avond iets drinkt. We willen eigenlijk livemuziek zien. Het is inmiddels laagseizoen en er is maar een club die vanaf 11 uur live salsa muziek heeft. Het is nog vroeg in de avond dus we gaan eerst nog even naar onze hotelkamer. Tja en dan moet je niet op bed gaan liggen lezen haha. Tegen 12 uur werden we wakker en we zijn toen maar onder de lakens gekropen.
De volgende dag wandelen we door de oude stad. Wat een prachtige oud koloniale stad: rijkelijk gekleurde huizen, sfeervolle binnenplaatsen en hofjes, mooie pleinen, leuke kerkjes, indrukwekkende forten, en nog veel meer. Het is uitstekend onderhouden en de sfeer is erg prettig. Er zijn geen cruiseschepen vandaag, maar het is toch aardig druk met schoolkinderen. Het lijkt wel of het halve eiland op schoolreisje is naar Old San Juan. Leuk om te zien. Om een uur of drie rijden we weer terug naar de boot nog nagenietend van zo'n prachtige stad.
Tja en daarna zijn we in de marina Puerto del Rey bij Fajardo druk bezig geweest met de voorbereidingen voor de oversteek. We staan bijna in de startblokken en wachten op gunstiger weer om richting Bermuda te vertrekken.
donderdag 9 mei 2013
dinsdag 30 april 2013
Feest op Culebra en Vieques
Terwijl Nederland feest viert om de nieuwe koning zijn wij druk bezig met allerlei klussen aan boord. We zijn inmiddels in een marina op het hoofdeiland van Puerto Rico zelf, maar hebben nog een hoop leuke dingen meegemaakt voor we hier waren.
Nadat er weer wat leven in ons zat na de verkoudheid, hebben we nog een paar mooie wandelingen gemaakt op Culebra. Zo hebben we een stuk van de kustweg gelopen waar op het land prachtige villa’s staan en op het water kleine ‘woonboten’ drijven. We zien hier al een fenomeen, dat we later op Vieques en Puerto Rico nog veel zullen zien. Puerto Ricanen lijken maar geen afscheid te kunnen nemen van hun oude auto’s: bij veel huizen en langs de weg staan wrakken, soms geheel overwoekerd. Plastic- en aluminiumafval wordt apart ingezameld, maar autowrakken staan overal.
Na bijna twee weken Ensenada Honda in Culebra vinden we het de hoogste tijd om verder te gaan. We gaan naar Bahia de Tortuga op Culebrita, een klein onbewoond eiland ten oosten van Culebra. Bahia de Tortuga betekent baai van schildpadden en dat klopt, we zien ze regelmatig zwemmen en komen ze al snorkelend ook onderwater tegen. De baai is geweldig mooi en we delen die met een paar andere boten en een paar bezoekers. We wandelen naar een rotspartij waar je kunt baden in een natuurlijke jacuzzi en beklimmen de berg naar een ruïne van een vuurtoren uit 1882 (die nog steeds met behulp van zonnecellen een beetje licht maakt, maar voor wie?). We hadden hier best nog wel wat langer willen blijven liggen, maar de navtex voorspelt stevige wind en hoge swell en dat is in deze baai niet erg comfortabel en veilig.
Na twee nachtjes Culebrita gaan we weer terug naar Culebra. Daar gaan we achter het rif liggen aan het begin van de baai Ensenada Honda. Hier ligt een woonboot en er zijn ook enkele ‘live-aboards’ op jachten. Ook in de andere baaien en in tenten op het strand wonen aangewaaide mensen van verschillende plekken op de wereld. We kunnen ons voorstellen dat mensen hier niet meer weg komen; het is hier prachtig, superrelaxed, basisvoorzieningen zijn er en natuurlijk het heerlijke Caribische klimaat.
Op deze ankerplak hebben we echter een klusje: na twee weken voor anker liggen in de Ensenada Honda zat er stinkende aanslag op de ankerketting; dus schrobben maar. Aan het eind van de middag gaat het flink waaien en we besluiten weer de Ensenada Honda in te gaan, omdat we daar beter beschut liggen. De Hollandse driekleur wappert er volop met vijf Nederlandse boten in de baai. Het is vrijdagavond en we gaan met vier Nederlandse boten een biertje drinken bij de Dinghy Dock. Daarna eten we er nog met een deel van de bemanning van de Islay. Ank is zondag jarig en we spreken met de Islay af om dit te vieren in de volgende baai op Culebra, Bahia Almodovar. Dit is een ruime baai met prachtig blauw water, zonder deining en vrijwel geen andere boten.
Zaterdagavond begint het feest al: Tim heeft een appeltaart gebakken en Noor heeft een prachtige kroon gemaakt. We eten heerlijke kip-pesto-pasta gemaakt door Tim. Het is erg gezellig en voor we het door hebben is het twee uur in de nacht. Marijn is nog wakker en brengt ons terug naar onze boot. Na heerlijk geslapen te hebben worden we opnieuw opgehaald voor koffie met appeltaart om Ank’s 50-ste verjaardag te vieren. Het lukt Ank om de ‘33’ kaarsjes in één keer uit te blazen. De mannen gaan surfen en ook Keimpe doet een poging om te surfen op het kleine surfboardje; dat vergt dus iets meer oefening. Relaxed komen we de dag door en we besluiten om in de baai te blijven liggen. We eten opnieuw aan boord van de Islay, maar het wordt dit keer niet zo laat. Al met al een heerlijk weekend en een geweldige manier om een bijzondere verjaardag te vieren. Berend, Kirsten, Tim, Marijn en Noor: bedankt voor de gezelligheid !!
Op maandag vertrekken we naar Vieques. Het tweede eiland voor de oostkust van Puerto Rico. Dit eiland is 60 jaar lang een Amerikaanse marinebasis geweest en werd gebruikt voor schietoefeningen. In 2003 hebben de Amerikanen zich teruggetrokken, maar nog steeds zijn stukken land verboden gebied in verband met achtergelaten explosieven. Daar komen we ook achter als we bij Isla Chiva willen ankeren. Volgens de pilot is dat geen probleem, maar er drijven boeien met waarschuwingen voor explosiegevaar en ook op het strand staat elke 50 meter een groot waarschuwingsbord. Geen fijne plek om te ankeren, besluiten we. We varen door naar Sun Bay, een ruime prachtige baai waar we sinds lange tijd weer open zee zien met achter ons een stralend wit zandstrand met wuivende palmen.
De volgende dag varen we een baaitje verder naar het plaatsje Esperanza, waar we ’s avonds kreeft willen eten om nog een keer Ank’s verjaardag te vieren. In de baai ligt ook de Finse Serena met Arja en Henrik. Ze komen een biertje drinken en zingen Ank toe. De eerste helft lijkt op ‘lang zal ze leven’, maar dan is de melodie totaal verschillend met zoals wij het kennen. Grappig om te horen. Bij Esperanza struinen we wat rond op de nabijgelegen ongerepte palmenstranden. Daarbij maken we tot grote schrik van Ank kennis met de overal rondlopende wilde paarden. Ank springt bijna bij Keimpe op de schouders als een paar paarden in volle galop langs komen stuiven. ’s Avonds eten we verse kreeft, heerlijk ! Dan wil je elke dag wel jarig zijn, haha.
De volgende dag gaan we samen met de Serena naar Green bay aan de westkant van Vieques. We maken een strandwandeling maar worden plat gestoken door strandvlooien, dus het wordt een korte wandeling. De Serena nodigt ons uit voor koffie met gebak om nogmaals Ank’s verjaardag te vieren. Tja en omdat de zon ondergaat drinken we daarna ook een sundowner.
Inmiddels liggen we alweer een paar dagen in marina Puerto del Rey op het hoofdeiland van Puerto Rico en hebben we een tour gemaakt over het eiland, waarover snel meer.
Nadat er weer wat leven in ons zat na de verkoudheid, hebben we nog een paar mooie wandelingen gemaakt op Culebra. Zo hebben we een stuk van de kustweg gelopen waar op het land prachtige villa’s staan en op het water kleine ‘woonboten’ drijven. We zien hier al een fenomeen, dat we later op Vieques en Puerto Rico nog veel zullen zien. Puerto Ricanen lijken maar geen afscheid te kunnen nemen van hun oude auto’s: bij veel huizen en langs de weg staan wrakken, soms geheel overwoekerd. Plastic- en aluminiumafval wordt apart ingezameld, maar autowrakken staan overal.
Na bijna twee weken Ensenada Honda in Culebra vinden we het de hoogste tijd om verder te gaan. We gaan naar Bahia de Tortuga op Culebrita, een klein onbewoond eiland ten oosten van Culebra. Bahia de Tortuga betekent baai van schildpadden en dat klopt, we zien ze regelmatig zwemmen en komen ze al snorkelend ook onderwater tegen. De baai is geweldig mooi en we delen die met een paar andere boten en een paar bezoekers. We wandelen naar een rotspartij waar je kunt baden in een natuurlijke jacuzzi en beklimmen de berg naar een ruïne van een vuurtoren uit 1882 (die nog steeds met behulp van zonnecellen een beetje licht maakt, maar voor wie?). We hadden hier best nog wel wat langer willen blijven liggen, maar de navtex voorspelt stevige wind en hoge swell en dat is in deze baai niet erg comfortabel en veilig.
Na twee nachtjes Culebrita gaan we weer terug naar Culebra. Daar gaan we achter het rif liggen aan het begin van de baai Ensenada Honda. Hier ligt een woonboot en er zijn ook enkele ‘live-aboards’ op jachten. Ook in de andere baaien en in tenten op het strand wonen aangewaaide mensen van verschillende plekken op de wereld. We kunnen ons voorstellen dat mensen hier niet meer weg komen; het is hier prachtig, superrelaxed, basisvoorzieningen zijn er en natuurlijk het heerlijke Caribische klimaat.
Op deze ankerplak hebben we echter een klusje: na twee weken voor anker liggen in de Ensenada Honda zat er stinkende aanslag op de ankerketting; dus schrobben maar. Aan het eind van de middag gaat het flink waaien en we besluiten weer de Ensenada Honda in te gaan, omdat we daar beter beschut liggen. De Hollandse driekleur wappert er volop met vijf Nederlandse boten in de baai. Het is vrijdagavond en we gaan met vier Nederlandse boten een biertje drinken bij de Dinghy Dock. Daarna eten we er nog met een deel van de bemanning van de Islay. Ank is zondag jarig en we spreken met de Islay af om dit te vieren in de volgende baai op Culebra, Bahia Almodovar. Dit is een ruime baai met prachtig blauw water, zonder deining en vrijwel geen andere boten.
Zaterdagavond begint het feest al: Tim heeft een appeltaart gebakken en Noor heeft een prachtige kroon gemaakt. We eten heerlijke kip-pesto-pasta gemaakt door Tim. Het is erg gezellig en voor we het door hebben is het twee uur in de nacht. Marijn is nog wakker en brengt ons terug naar onze boot. Na heerlijk geslapen te hebben worden we opnieuw opgehaald voor koffie met appeltaart om Ank’s 50-ste verjaardag te vieren. Het lukt Ank om de ‘33’ kaarsjes in één keer uit te blazen. De mannen gaan surfen en ook Keimpe doet een poging om te surfen op het kleine surfboardje; dat vergt dus iets meer oefening. Relaxed komen we de dag door en we besluiten om in de baai te blijven liggen. We eten opnieuw aan boord van de Islay, maar het wordt dit keer niet zo laat. Al met al een heerlijk weekend en een geweldige manier om een bijzondere verjaardag te vieren. Berend, Kirsten, Tim, Marijn en Noor: bedankt voor de gezelligheid !!
Op maandag vertrekken we naar Vieques. Het tweede eiland voor de oostkust van Puerto Rico. Dit eiland is 60 jaar lang een Amerikaanse marinebasis geweest en werd gebruikt voor schietoefeningen. In 2003 hebben de Amerikanen zich teruggetrokken, maar nog steeds zijn stukken land verboden gebied in verband met achtergelaten explosieven. Daar komen we ook achter als we bij Isla Chiva willen ankeren. Volgens de pilot is dat geen probleem, maar er drijven boeien met waarschuwingen voor explosiegevaar en ook op het strand staat elke 50 meter een groot waarschuwingsbord. Geen fijne plek om te ankeren, besluiten we. We varen door naar Sun Bay, een ruime prachtige baai waar we sinds lange tijd weer open zee zien met achter ons een stralend wit zandstrand met wuivende palmen.
De volgende dag varen we een baaitje verder naar het plaatsje Esperanza, waar we ’s avonds kreeft willen eten om nog een keer Ank’s verjaardag te vieren. In de baai ligt ook de Finse Serena met Arja en Henrik. Ze komen een biertje drinken en zingen Ank toe. De eerste helft lijkt op ‘lang zal ze leven’, maar dan is de melodie totaal verschillend met zoals wij het kennen. Grappig om te horen. Bij Esperanza struinen we wat rond op de nabijgelegen ongerepte palmenstranden. Daarbij maken we tot grote schrik van Ank kennis met de overal rondlopende wilde paarden. Ank springt bijna bij Keimpe op de schouders als een paar paarden in volle galop langs komen stuiven. ’s Avonds eten we verse kreeft, heerlijk ! Dan wil je elke dag wel jarig zijn, haha.
De volgende dag gaan we samen met de Serena naar Green bay aan de westkant van Vieques. We maken een strandwandeling maar worden plat gestoken door strandvlooien, dus het wordt een korte wandeling. De Serena nodigt ons uit voor koffie met gebak om nogmaals Ank’s verjaardag te vieren. Tja en omdat de zon ondergaat drinken we daarna ook een sundowner.
Inmiddels liggen we alweer een paar dagen in marina Puerto del Rey op het hoofdeiland van Puerto Rico en hebben we een tour gemaakt over het eiland, waarover snel meer.
zondag 14 april 2013
BVI en Culebra
Na de regenachtige paasdagen gaat de zon weer als vanouds schijnen. Vanaf Tortola varen we naar Jost van Dyke. Volgens de plaatselijke legende was Jost van Dyke een 17e-eeuwse Hollandse piraat, maar daarvoor zijn we niet naar dit eiland gegaan. Op Jost van Dyke is de Soggy Dollar Bar en daar hebben ze de painkiller uitgevonden en die willen we natuurlijk aan de bron proeven.
Recept painkiller:
- 1 deel jus d'orange, ananassap, zoete kokosmelk
- Flinke scheut donkere rum
- Veel crushed ice
- Tenslotte wat nootmuskaat erop strooien
- Bij voorkeur opdrinken tijdens een tropische zonsondergang (kenners hebben het dan over een sundowner)
Op Jost van Dyke gaan we naar Great Harbour waar we de mooring van de Islay overnemen. De Islay is een Nederlands jacht die we afgelopen zomer op Mallorca hebben ontmoet. We spreken af om de volgende dag kreeft te gaan eten op Norman Island. Maar, de plannen worden omgegooid. Het laden van de accu’s met de motor wordt steeds moeilijker en via internet komen we erachter dat we in Puerto Rico een nieuwe regelaar kunnen kopen. Dus eerder dan gepland verlaten we de British Virgin Islands. De eilanden hebben prachtige stranden omringd door mooi helder blauw water en ondanks de vele charterboten die er rondvaren nog rustige ankerplekken. Toch vinden we het niet erg om weg te gaan. We hebben het gevoel dat we in een recreatiepark rondvaren met op elk eiland een of meer attracties. Je hebt zo niet het gevoel dat je een land bezoekt. Tja en ook nog cocktails in plastic bekertjes .....
We gaan niet direct naar het hoofdeiland van Puerto Rico, maar stoppen eerst bij Culebra. Een klein eiland van 11 km bij 5 km. De zeiltocht er naartoe voert ons langs de prachtige ruige noordkust van St. Thomas. We ankeren bij het stadje Dewey in de baai Ensenada Honda. We kunnen inklaren op het vliegveld. Dit gaat razendsnel want de beambte moet, zoals elke dag, het vliegtuigje halen die hem in 12 minuten naar het hoofdeiland van Puerto Rico brengt. Met je dinghy kun je aanleggen bij het Dinghy Dock restaurant. Het is er altijd vol met gestrande Amerikanen (en Russen) en zeilers die in de baai liggen. Door de muziek en het eten hebben we het gevoel in Latijns Amerika te zijn.
De volgende dag gaan we met de ferry naar Fajardo. Vandaar nemen we een taxi naar West Marine, een grote watersportwinkel waar ze een regulator voor ons opzij hebben gelegd. Ze blijken ook nog antennekabel voor onze SSB te hebben. We zijn helemaal gelukkig. We missen helaas de ferry terug van drie uur ’s middags en moeten een paar uur wachten. Gelukkig is er een klein barretje waar we genieten van, Latijns-amerikaanse muziek, een burrito en een koud lokaal biertje, Medalla.
Als we ’s avonds weer aankomen bij het Dinghy Dock restaurant zitten Arja en Henrik van de Finse boot Serena aan de bar. Ze vertellen dat er die avond live muziek is. Nou dat lijkt ons wel leuk, dus we blijven. We hebben een erg gezellige avond, kletsen o.a. met Chat, een zeer belezen Amerikaan van een jaar of 80, en dansen op de swingende muziek van de band.
De dagen daarna zijn we druk bezig met klussen en water halen. Je kunt niet met de boot aan de kant komen, dus Ank vaart 5 keer met de dinghy heen en weer om uiteindelijk zo’n 300 liter water te halen. We kunnen weer goed stroom laden en de SSB werkt ook weer naar behoren. Hoera!
Tijd om Culebra verder te verkennen. We huren een mountain bike en fietsen als eerste naar Flamenco Beach, een van de vijf mooiste stranden van de wereld. Het fietsen valt niet mee, vooral de twee pittige heuvels zorgen ervoor dat we flink moe en warm worden. Het strand is erg mooi en rustig. Vlak achter het strand staat een half vergane tank, door de Amerikanen achtergelaten. Een raar gezicht, zo’n brok roest aan het witte strand. Na nog een uurtje fietsen houden we het voor gezien, het is te warm. Terug in het Dinghy Dock restaurant komen we Ulla en Pelle tegen van de Zweedse Loupan. We hebben elkaar al ontmoet bij Jost van Dyke en ze nodigen ons uit voor een sundowner bij hun aan boord. Pelle vult onze memorystick met Caribische muziek die hij de afgelopen maanden heeft verzameld. Het is wel heel gezellig hier. De volgende dag komt de Islay van Berend en Kirsten ook nog naast ons liggen. Onder het genot van een biertje praten we bij.
Culebra bevalt ons wel, er heerst altijd een zondagmiddagse rust en prettige sfeer en we komen moeilijk weg. Dit heeft echter ook te maken met een door Ank en Keimpe gedeelde voorhoofdsholte ontsteking en verkoudheid. Als we uitgesnotterd zijn gaan we Puerto Rico verder bekijken.
Recept painkiller:
- 1 deel jus d'orange, ananassap, zoete kokosmelk
- Flinke scheut donkere rum
- Veel crushed ice
- Tenslotte wat nootmuskaat erop strooien
- Bij voorkeur opdrinken tijdens een tropische zonsondergang (kenners hebben het dan over een sundowner)
Op Jost van Dyke gaan we naar Great Harbour waar we de mooring van de Islay overnemen. De Islay is een Nederlands jacht die we afgelopen zomer op Mallorca hebben ontmoet. We spreken af om de volgende dag kreeft te gaan eten op Norman Island. Maar, de plannen worden omgegooid. Het laden van de accu’s met de motor wordt steeds moeilijker en via internet komen we erachter dat we in Puerto Rico een nieuwe regelaar kunnen kopen. Dus eerder dan gepland verlaten we de British Virgin Islands. De eilanden hebben prachtige stranden omringd door mooi helder blauw water en ondanks de vele charterboten die er rondvaren nog rustige ankerplekken. Toch vinden we het niet erg om weg te gaan. We hebben het gevoel dat we in een recreatiepark rondvaren met op elk eiland een of meer attracties. Je hebt zo niet het gevoel dat je een land bezoekt. Tja en ook nog cocktails in plastic bekertjes .....
We gaan niet direct naar het hoofdeiland van Puerto Rico, maar stoppen eerst bij Culebra. Een klein eiland van 11 km bij 5 km. De zeiltocht er naartoe voert ons langs de prachtige ruige noordkust van St. Thomas. We ankeren bij het stadje Dewey in de baai Ensenada Honda. We kunnen inklaren op het vliegveld. Dit gaat razendsnel want de beambte moet, zoals elke dag, het vliegtuigje halen die hem in 12 minuten naar het hoofdeiland van Puerto Rico brengt. Met je dinghy kun je aanleggen bij het Dinghy Dock restaurant. Het is er altijd vol met gestrande Amerikanen (en Russen) en zeilers die in de baai liggen. Door de muziek en het eten hebben we het gevoel in Latijns Amerika te zijn.
De volgende dag gaan we met de ferry naar Fajardo. Vandaar nemen we een taxi naar West Marine, een grote watersportwinkel waar ze een regulator voor ons opzij hebben gelegd. Ze blijken ook nog antennekabel voor onze SSB te hebben. We zijn helemaal gelukkig. We missen helaas de ferry terug van drie uur ’s middags en moeten een paar uur wachten. Gelukkig is er een klein barretje waar we genieten van, Latijns-amerikaanse muziek, een burrito en een koud lokaal biertje, Medalla.
Als we ’s avonds weer aankomen bij het Dinghy Dock restaurant zitten Arja en Henrik van de Finse boot Serena aan de bar. Ze vertellen dat er die avond live muziek is. Nou dat lijkt ons wel leuk, dus we blijven. We hebben een erg gezellige avond, kletsen o.a. met Chat, een zeer belezen Amerikaan van een jaar of 80, en dansen op de swingende muziek van de band.
De dagen daarna zijn we druk bezig met klussen en water halen. Je kunt niet met de boot aan de kant komen, dus Ank vaart 5 keer met de dinghy heen en weer om uiteindelijk zo’n 300 liter water te halen. We kunnen weer goed stroom laden en de SSB werkt ook weer naar behoren. Hoera!
Tijd om Culebra verder te verkennen. We huren een mountain bike en fietsen als eerste naar Flamenco Beach, een van de vijf mooiste stranden van de wereld. Het fietsen valt niet mee, vooral de twee pittige heuvels zorgen ervoor dat we flink moe en warm worden. Het strand is erg mooi en rustig. Vlak achter het strand staat een half vergane tank, door de Amerikanen achtergelaten. Een raar gezicht, zo’n brok roest aan het witte strand. Na nog een uurtje fietsen houden we het voor gezien, het is te warm. Terug in het Dinghy Dock restaurant komen we Ulla en Pelle tegen van de Zweedse Loupan. We hebben elkaar al ontmoet bij Jost van Dyke en ze nodigen ons uit voor een sundowner bij hun aan boord. Pelle vult onze memorystick met Caribische muziek die hij de afgelopen maanden heeft verzameld. Het is wel heel gezellig hier. De volgende dag komt de Islay van Berend en Kirsten ook nog naast ons liggen. Onder het genot van een biertje praten we bij.
Culebra bevalt ons wel, er heerst altijd een zondagmiddagse rust en prettige sfeer en we komen moeilijk weg. Dit heeft echter ook te maken met een door Ank en Keimpe gedeelde voorhoofdsholte ontsteking en verkoudheid. Als we uitgesnotterd zijn gaan we Puerto Rico verder bekijken.
maandag 1 april 2013
St. Croix en Tortola
Vanaf Saba zeilen we naar St. Croix, een van de US Virgin Islands. De US Virgin Islands zijn lange tijd bezit geweest van Denemarken voordat de Amerikanen ze kochten voor militaire doeleinden. Op St. Croix, de rustigste van de USVI, vind je het meeste van de Deense historie terug. Bij St Croix gaan we bij Christiansted, de hoofdstad met een Historisch Deens centrum, aan een mooring liggen en klaren ons in. Dit gaat soepel en snel, al zijn er wel onze vingerafdrukken voor nodig.
We gaan met de dinghy naar Kings Wharf, de plek waar vroeger de slaven aan land kwamen en waar nu allemaal kroegjes en restaurants zijn. We merken meteen dat we op Amerikaans grondgebied zijn. De mensen spreken een wat lijzig traag engels. In de bediening werken dames, van naar schatting boven de 70. Je hebt als je wat besteld allerlei keuzes voor wat je er bij wilt en of het groot, klein of medium moet zijn. De auto's zijn vrijwel zonder uitzondering erg groot, evenals de shoppingcenters. En er lopen allerlei stoere mannen rond met sik en een zakdoek op hun hoofd. Maar we zijn aangenaam verrast door de gemeende vriendelijkheid en behulpzaamheid van de mensen. We worden constant aangesproken voor een praatje, waarbij we regelmatig voor Denen worden aangezien.
Op het eiland bezoeken we een oude plantage en de rumdistilleerderij. Om er te komen huren we een scooter. Nou, was een hele belevenis. Ze rijden hier, evenals op de andere Maagdeneilanden, links (het stuur hebben ze ook links, wat wij de verkeerde kant vinden). Omdat het moeilijk wennen is, roepen we onderweg vaak luid tegen onszelf: Links, links, links. We gaan maar een keer de mist in, maar dat loopt goed af. Gelukkig wordt er rustig gereden en is iedereen heel behulpzaam en regelmatig wordt ons, gevraagd of ongevraagd, de weg uitgelegd.
Na de tank vol te hebben gegooid (4 liter benzine voor 3,5 euro, oeps) gaan we op weg naar het Whim Plantation Museum. Het is een oude plantage met een gerestaureerd buitenhuis en de resten van de molen en de fabriek waar de rietsuiker werd verwerkt. De gids geeft een leuke rondleiding door het huis en via foto's en tekst krijgen we een beeld van het leven op de plantage. Het leven en werken was loeizwaar, vandaar dat er slaven werden ingezet. Met afschaffing van de slavernij en de opkomst in Europa van de suikerbiet, is de teelt van suikerriet in het Caraibisch gebied grotendeels verdwenen.
Na de plantage gaan we naar de Cruzan distilleerderij, waar al sinds eeuwen rum als bijprodukt van rietsuiker wordt gemaakt. Het is nu een moderne destilleerderij en we krijgen een korte priverondleiding door de fabriek. De rietsuiker komt tegenwoordig uit zuid Amerika. Na het maken van de rum wordt deze opgeslagen in eikenhouten vaten om te rijpen. De ruimte waar de vaten liggen, ruikt geweldig. Na afloop mogen we natuurlijk proeven, maar we houden ons in want we moeten weer op de scooter terug (links, links, links).
Na de toer over het eiland gaan we een nacht bij Buck Island voor anker. Het ligt een uurtje varen van Christiansted en je kunt er erg mooi snorkelen. Het is een nationaal park en om er te ankeren heb je een permit nodig. Langs de kust van het eiland plonzen continu pelikanen in het prachtige groenblauwe water en vliegen er fregatvogels rond of er nog een visje te jatten valt. Onderwater is het rijk aan vissen. Keimpe ziet ook grotere zoals een rog en een haai. Bij anker opgaan worden we bewonderd door Pim en Hanneke van de Nederlandse zeilboot Nelly Rose en we worden op de foto gezet. Als een van weinigen doen we dit nog met de hand, dat wil zeggen Ank's hand. En dat levert nogal eens commentaar op.
We varen weer terug naar Christiansted om boodschappen te doen en uit te klaren. De dag erop vertrekken we naar Tortola, een van de British Virgin Islands. We gaan voor anker bij Road Town. Het is nou niet meteen de meest geweldige plek, maar daar zijn wat watersportwinkels om spullen voor de boot te kopen.
Na Road Town gaan we naar Nanny Cay waar de boot uit het water gaat voor nieuwe antifouling. Als we 's morgens om 9 uur bij de werf zijn, staat onze reservering niet op de lijst. Maar ondanks alle drukte, niks aan de hand: we worden er gewoon tussen geschoven en om 11 uur staan we op de kant en kunnen we aan de slag. We hebben drie dagen hard gewerkt. Elke avond konden we heerlijk douchen bij het hotel van de marina. Daarna een lekker biertje bij de beach bar, een hapje in het restaurant en uitgeput het bed in, dat onnatuurlijk stil ligt.
We liggen nu in een rustig baaitje aan de oostkant van Tortola. Lekker even bijkomen van het harde werken, een eitje eten (het is tenslotte pasen) en een boekje lezen. Het is zwaarbewolkt en de buien komen links en rechts voorbij. Of de zon weer terugkomt lees je de volgende keer...
We gaan met de dinghy naar Kings Wharf, de plek waar vroeger de slaven aan land kwamen en waar nu allemaal kroegjes en restaurants zijn. We merken meteen dat we op Amerikaans grondgebied zijn. De mensen spreken een wat lijzig traag engels. In de bediening werken dames, van naar schatting boven de 70. Je hebt als je wat besteld allerlei keuzes voor wat je er bij wilt en of het groot, klein of medium moet zijn. De auto's zijn vrijwel zonder uitzondering erg groot, evenals de shoppingcenters. En er lopen allerlei stoere mannen rond met sik en een zakdoek op hun hoofd. Maar we zijn aangenaam verrast door de gemeende vriendelijkheid en behulpzaamheid van de mensen. We worden constant aangesproken voor een praatje, waarbij we regelmatig voor Denen worden aangezien.
Op het eiland bezoeken we een oude plantage en de rumdistilleerderij. Om er te komen huren we een scooter. Nou, was een hele belevenis. Ze rijden hier, evenals op de andere Maagdeneilanden, links (het stuur hebben ze ook links, wat wij de verkeerde kant vinden). Omdat het moeilijk wennen is, roepen we onderweg vaak luid tegen onszelf: Links, links, links. We gaan maar een keer de mist in, maar dat loopt goed af. Gelukkig wordt er rustig gereden en is iedereen heel behulpzaam en regelmatig wordt ons, gevraagd of ongevraagd, de weg uitgelegd.
Na de tank vol te hebben gegooid (4 liter benzine voor 3,5 euro, oeps) gaan we op weg naar het Whim Plantation Museum. Het is een oude plantage met een gerestaureerd buitenhuis en de resten van de molen en de fabriek waar de rietsuiker werd verwerkt. De gids geeft een leuke rondleiding door het huis en via foto's en tekst krijgen we een beeld van het leven op de plantage. Het leven en werken was loeizwaar, vandaar dat er slaven werden ingezet. Met afschaffing van de slavernij en de opkomst in Europa van de suikerbiet, is de teelt van suikerriet in het Caraibisch gebied grotendeels verdwenen.
Na de plantage gaan we naar de Cruzan distilleerderij, waar al sinds eeuwen rum als bijprodukt van rietsuiker wordt gemaakt. Het is nu een moderne destilleerderij en we krijgen een korte priverondleiding door de fabriek. De rietsuiker komt tegenwoordig uit zuid Amerika. Na het maken van de rum wordt deze opgeslagen in eikenhouten vaten om te rijpen. De ruimte waar de vaten liggen, ruikt geweldig. Na afloop mogen we natuurlijk proeven, maar we houden ons in want we moeten weer op de scooter terug (links, links, links).
Na de toer over het eiland gaan we een nacht bij Buck Island voor anker. Het ligt een uurtje varen van Christiansted en je kunt er erg mooi snorkelen. Het is een nationaal park en om er te ankeren heb je een permit nodig. Langs de kust van het eiland plonzen continu pelikanen in het prachtige groenblauwe water en vliegen er fregatvogels rond of er nog een visje te jatten valt. Onderwater is het rijk aan vissen. Keimpe ziet ook grotere zoals een rog en een haai. Bij anker opgaan worden we bewonderd door Pim en Hanneke van de Nederlandse zeilboot Nelly Rose en we worden op de foto gezet. Als een van weinigen doen we dit nog met de hand, dat wil zeggen Ank's hand. En dat levert nogal eens commentaar op.
We varen weer terug naar Christiansted om boodschappen te doen en uit te klaren. De dag erop vertrekken we naar Tortola, een van de British Virgin Islands. We gaan voor anker bij Road Town. Het is nou niet meteen de meest geweldige plek, maar daar zijn wat watersportwinkels om spullen voor de boot te kopen.
Na Road Town gaan we naar Nanny Cay waar de boot uit het water gaat voor nieuwe antifouling. Als we 's morgens om 9 uur bij de werf zijn, staat onze reservering niet op de lijst. Maar ondanks alle drukte, niks aan de hand: we worden er gewoon tussen geschoven en om 11 uur staan we op de kant en kunnen we aan de slag. We hebben drie dagen hard gewerkt. Elke avond konden we heerlijk douchen bij het hotel van de marina. Daarna een lekker biertje bij de beach bar, een hapje in het restaurant en uitgeput het bed in, dat onnatuurlijk stil ligt.
We liggen nu in een rustig baaitje aan de oostkant van Tortola. Lekker even bijkomen van het harde werken, een eitje eten (het is tenslotte pasen) en een boekje lezen. Het is zwaarbewolkt en de buien komen links en rechts voorbij. Of de zon weer terugkomt lees je de volgende keer...
vrijdag 29 maart 2013
Nieuwe antifouling
De aangroei op de onderkant van onze boot werd erger en erger. We kwamen steeds minder vooruit en we konden snorkelen rondom onze eigen boot om plantjes, koraal en krabjes te zien. Hoogste tijd voor een schoonmaak- en verfbeurt van de bodem:
![]() |
| VOOR |
![]() |
| NA |
![]() |
| VOOR |
![]() |
| NA |
| Deze catamaran is op een rif gelopen, | nog even wat werk voor er antifouling op kan. |
zaterdag 23 maart 2013
Vier vulkaaneilanden op een rij
De overtocht van Antiqua naar Nevis (spreek je uit als nievis) is nat. De lucht is grijs en we hebben veel regen. We komen in het schemer aan bij de ankerplaats. Met de verrekijker zien we nog net voor het donker is dat een paar zeiljachten aan een mooring liggen. Na wat rondschijnen met de zaklamp vinden we ook een mooring. Keimpe zegt nog, wedden dat we morgen een heel veld moorings om ons heen zien liggen. Nou die weddenschap heeft ie gewonnen. De volgende ochtend zien we achter ons drie rijen moorings liggen. Het schijnt dat er 100 moorings liggen, maar er zijn er maar een stuk of 10 bezet.
We liggen voor anker bij Pinney's Beach. Volgens de pilot heb je een prachtig uitzicht over rijen palmbomen, maar helaas wel groen maar nauwelijks palmbomen. Het blijkt dat een jaar of 7 geleden heel veel palmen op Nevis getroffen zijn door een ziekte Lethal Yellow genaamd. Eigenaren van private grond, bijv. hotels hebben nieuwe palmen gepland. Op publieke grond zijn jonge stekjes van palmbomen geplant.
Nevis is een zeer relaxed eiland, waar we ons snel thuis voelen. We lunchen twee keer in een barretje bij het haventje. Er hangen wat locals rond die hier ook hun lunch en biertje halen. Mensen zijn vrolijk (komt niet alleen door de drank), vriendelijk en relaxed. Als lunch drinken we ook maar een biertje en we nemen er een pattie bij, das een soort van loempia met vis, koe of kip erin. Erg lekker. Als je wat stevigers wilt, staat er ook goat water en bull foot op de kaart. Hebben we niet geprobeerd.
We maken een tour over het eiland met Sam, 63 jaar oud en al 21 jaar taxichauffeur die toeristen het eiland laat zien. Als we vertellen dat we uit Nederland komen, geen kinderen hebben en hier zijn met een zeilboot van 12 meter, heeft hij onze toekomst al uitgestippeld. We moeten gaan charteren op Nevis. Hij kan alles voor ons regelen. Elke 5 minuten zegt hij: "leave the cold man".
In twee uur ben je het hele eiland rond. Onderweg zien we resten van een aantal plantages, het ieniemienie vliegveld, een race circuit waar elke maand autoraces worden gehouden, kerken - heel veel kerken - en uiteindelijk stoppen we bij de prachtig opgeknapte plantage Old Manor waar we een tijdje rondbanjeren. Het is nu een hotel, maar alles ziet er verlaten uit. Het zwembad is leeg, de terrasstoelen zijn verroest en de verf van de veranda's is hier en daar afgebladderd. De tuin en het gras wordt nog wel bijgehouden. Jammer want alles is erg mooi gerestaureerd.
Na Nevis gaan we door naar St. Kitts. We ankeren een nacht aan de zuidkant van het eiland in White House Bay en de dag erop gaan we naar Basseterre, de hoofdstad van St. Kitts waar we voor anker gaan naast de pier waar de cruiseschepen kunnen liggen. We verkennen het eiland met de lokale bus. Eigenlijk zijn het personenbusjes zoals we in Nederland hebben, alleen hier mogen er hier 14 mensen in dus 5 meer dan in Nederland. De busjes zijn makkelijk herkenbaar aan groene kentekenplaten waarvan het kenteken begint met een H. Even je hand opsteken en het busje stopt. Geweldig systeem.
We laten ons afzetten bij het fort Brimstone Hill en lopen de berg op naar het fort. Nou er is geen gebrek aan kanonnen op het fort en de kogels liggen gewoon bij het afval. Vanaf het hoogste punt van het fort heb je een prachtig uitzicht. Het is helder weer en we zien dichtbij Eustatius en Saba liggen en in de verte St. Barth en St. Maarten. Op de terugweg zien we kleine aapjes met een hele lange staart, de groene meerkat. Er leven nu ongeveer 50.000 van deze aapjes, die door de Fransen uit Afrika zijn geïmporteerd, in het wild op St Kitts en Nevis. Ze zijn heel schuw, maar het lukt toch om er een op de foto te krijgen.
De laatste dag in Basseterre gaan we boodschappen doen en zien dat er in de stad voor toeristen mensen met de aapjes zijn. Alleen deze zitten aan een touwtje en hebben een luier om, niet leuk om te zien. Regelmatig wordt ons gevraagd of we met een aapje op de foto willen.
We dachten dat we cruesli hadden gekocht, maar het blijkt een soort krachtvoer voor bodybuilders te zijn. Niet te eten, dus hup over boord. Prompt hebben we 5 haaitjes van ongeveer 1 meter naast de boot zwemmen. Erg leuk om te zien, maar we hebben even geen behoefte meer om te zwemmen.
Na St. Kitts gaan we op weg naar Nederland, om precies te zijn naar St. Eustatius, 25 mijl verder. We gaan aan een mooring liggen in Oranjestad Bay. Als we door Oranjestad lopen, zien we aan verschillende dingen dat we op Nederlands grondgebied zijn: de Nederlandse vlag natuurlijk, de strepen op de politiewagen, het logo van de bibliotheek en natuurlijk het centrum voor jeugd en gezin. De mensen groeten je wel met dag of hallo, maar verder is de voertaal Engels.
De volgende dag beklimmen we de vulkaan Quill (kuil). Het is een nationaal park en de folders zeggen dat er je onderweg verschillende diersoorten tegenkomt, waaronder krabbetjes, slangen, salamanders, leguanen en verschillende soorten vogels. Om half tien 's morgens beginnen we aan de klim. We denken dat we vroeg zijn, maar we komen alleen maar mensen tegen die aan het afdalen zijn. Onderweg horen we een hoop geritsel, maar elke keer als we kijken komt er een kip of haan uit de bosjes tevoorschijn. Op de rand van de krater eten we een broodje. Dat valt nog niet mee want we worden belaagd door twee hanen die ook erge honger hebben.
Ooit was St. Eustatius een vrije handelspost en je ziet op het strand nog de resten van de pakhuizen die er hebben gestaan. Onder water voor het strand loopt nog de muur die de pakhuizen moest beschermen. Leuk snorkelen daar, met naast de vissen en schildpadden ook oude resten zoals kanonnen en een anker van 4 meter. St. Eustatius was vroeger erg populair als vrijhaven, waar je van alles kon verhandelen. Tot een aantal jaren geleden was het eiland nog belastingvrij. In plaats van de vroegere handel, vindt er nu overslag van olie plaats. Op het eiland staan grote tanks en voor de kust liggen ettelijke grote zeeschepen. Veel toeristen komen er niet.
Over ons bezoek aan Saba kunnen we kort zijn: dat was kort. We hebben het havenkantoor gezien en met de havenmeester gesproken en daarna hebben we bij Wells Bay als een van twee boten aan een mooring gelegen. We krijgen een staartje van een koufront over en slapen de hele nacht niet. Er staat veel wind en veel swell, waardoor we onbehoorlijk rollen. We besluiten om eind van de middag te vertrekken naar St. Croix, 90 mijl verderop. Dat is erg jammer, omdat we graag bij Saba gesnorkeld hadden. Saba heeft schitterende duik en snorkelplekken. Maar het eiland heeft hoge rotsachtige kusten (nergens stranden) en een steil aflopende zeebodem, zodat het te gevaarlijk is om met de huidige swell te snorkelen.
Nu zijn we dus op de US Virgin Islands, een heel andere wereld waarover de volgende keer meer.
We liggen voor anker bij Pinney's Beach. Volgens de pilot heb je een prachtig uitzicht over rijen palmbomen, maar helaas wel groen maar nauwelijks palmbomen. Het blijkt dat een jaar of 7 geleden heel veel palmen op Nevis getroffen zijn door een ziekte Lethal Yellow genaamd. Eigenaren van private grond, bijv. hotels hebben nieuwe palmen gepland. Op publieke grond zijn jonge stekjes van palmbomen geplant.
Nevis is een zeer relaxed eiland, waar we ons snel thuis voelen. We lunchen twee keer in een barretje bij het haventje. Er hangen wat locals rond die hier ook hun lunch en biertje halen. Mensen zijn vrolijk (komt niet alleen door de drank), vriendelijk en relaxed. Als lunch drinken we ook maar een biertje en we nemen er een pattie bij, das een soort van loempia met vis, koe of kip erin. Erg lekker. Als je wat stevigers wilt, staat er ook goat water en bull foot op de kaart. Hebben we niet geprobeerd.
We maken een tour over het eiland met Sam, 63 jaar oud en al 21 jaar taxichauffeur die toeristen het eiland laat zien. Als we vertellen dat we uit Nederland komen, geen kinderen hebben en hier zijn met een zeilboot van 12 meter, heeft hij onze toekomst al uitgestippeld. We moeten gaan charteren op Nevis. Hij kan alles voor ons regelen. Elke 5 minuten zegt hij: "leave the cold man".
In twee uur ben je het hele eiland rond. Onderweg zien we resten van een aantal plantages, het ieniemienie vliegveld, een race circuit waar elke maand autoraces worden gehouden, kerken - heel veel kerken - en uiteindelijk stoppen we bij de prachtig opgeknapte plantage Old Manor waar we een tijdje rondbanjeren. Het is nu een hotel, maar alles ziet er verlaten uit. Het zwembad is leeg, de terrasstoelen zijn verroest en de verf van de veranda's is hier en daar afgebladderd. De tuin en het gras wordt nog wel bijgehouden. Jammer want alles is erg mooi gerestaureerd.
Na Nevis gaan we door naar St. Kitts. We ankeren een nacht aan de zuidkant van het eiland in White House Bay en de dag erop gaan we naar Basseterre, de hoofdstad van St. Kitts waar we voor anker gaan naast de pier waar de cruiseschepen kunnen liggen. We verkennen het eiland met de lokale bus. Eigenlijk zijn het personenbusjes zoals we in Nederland hebben, alleen hier mogen er hier 14 mensen in dus 5 meer dan in Nederland. De busjes zijn makkelijk herkenbaar aan groene kentekenplaten waarvan het kenteken begint met een H. Even je hand opsteken en het busje stopt. Geweldig systeem.
We laten ons afzetten bij het fort Brimstone Hill en lopen de berg op naar het fort. Nou er is geen gebrek aan kanonnen op het fort en de kogels liggen gewoon bij het afval. Vanaf het hoogste punt van het fort heb je een prachtig uitzicht. Het is helder weer en we zien dichtbij Eustatius en Saba liggen en in de verte St. Barth en St. Maarten. Op de terugweg zien we kleine aapjes met een hele lange staart, de groene meerkat. Er leven nu ongeveer 50.000 van deze aapjes, die door de Fransen uit Afrika zijn geïmporteerd, in het wild op St Kitts en Nevis. Ze zijn heel schuw, maar het lukt toch om er een op de foto te krijgen.
De laatste dag in Basseterre gaan we boodschappen doen en zien dat er in de stad voor toeristen mensen met de aapjes zijn. Alleen deze zitten aan een touwtje en hebben een luier om, niet leuk om te zien. Regelmatig wordt ons gevraagd of we met een aapje op de foto willen.
We dachten dat we cruesli hadden gekocht, maar het blijkt een soort krachtvoer voor bodybuilders te zijn. Niet te eten, dus hup over boord. Prompt hebben we 5 haaitjes van ongeveer 1 meter naast de boot zwemmen. Erg leuk om te zien, maar we hebben even geen behoefte meer om te zwemmen.
Na St. Kitts gaan we op weg naar Nederland, om precies te zijn naar St. Eustatius, 25 mijl verder. We gaan aan een mooring liggen in Oranjestad Bay. Als we door Oranjestad lopen, zien we aan verschillende dingen dat we op Nederlands grondgebied zijn: de Nederlandse vlag natuurlijk, de strepen op de politiewagen, het logo van de bibliotheek en natuurlijk het centrum voor jeugd en gezin. De mensen groeten je wel met dag of hallo, maar verder is de voertaal Engels.
De volgende dag beklimmen we de vulkaan Quill (kuil). Het is een nationaal park en de folders zeggen dat er je onderweg verschillende diersoorten tegenkomt, waaronder krabbetjes, slangen, salamanders, leguanen en verschillende soorten vogels. Om half tien 's morgens beginnen we aan de klim. We denken dat we vroeg zijn, maar we komen alleen maar mensen tegen die aan het afdalen zijn. Onderweg horen we een hoop geritsel, maar elke keer als we kijken komt er een kip of haan uit de bosjes tevoorschijn. Op de rand van de krater eten we een broodje. Dat valt nog niet mee want we worden belaagd door twee hanen die ook erge honger hebben.
Ooit was St. Eustatius een vrije handelspost en je ziet op het strand nog de resten van de pakhuizen die er hebben gestaan. Onder water voor het strand loopt nog de muur die de pakhuizen moest beschermen. Leuk snorkelen daar, met naast de vissen en schildpadden ook oude resten zoals kanonnen en een anker van 4 meter. St. Eustatius was vroeger erg populair als vrijhaven, waar je van alles kon verhandelen. Tot een aantal jaren geleden was het eiland nog belastingvrij. In plaats van de vroegere handel, vindt er nu overslag van olie plaats. Op het eiland staan grote tanks en voor de kust liggen ettelijke grote zeeschepen. Veel toeristen komen er niet.
Over ons bezoek aan Saba kunnen we kort zijn: dat was kort. We hebben het havenkantoor gezien en met de havenmeester gesproken en daarna hebben we bij Wells Bay als een van twee boten aan een mooring gelegen. We krijgen een staartje van een koufront over en slapen de hele nacht niet. Er staat veel wind en veel swell, waardoor we onbehoorlijk rollen. We besluiten om eind van de middag te vertrekken naar St. Croix, 90 mijl verderop. Dat is erg jammer, omdat we graag bij Saba gesnorkeld hadden. Saba heeft schitterende duik en snorkelplekken. Maar het eiland heeft hoge rotsachtige kusten (nergens stranden) en een steil aflopende zeebodem, zodat het te gevaarlijk is om met de huidige swell te snorkelen.
Nu zijn we dus op de US Virgin Islands, een heel andere wereld waarover de volgende keer meer.
zaterdag 9 maart 2013
Antiqua en Barbuda
We hadden nog niet echt bedacht waar we als eerste naar toe zouden gaan op Antiqua, maar toen onderweg de accu's weer werden overladen was het snel duidelijk: de marina in bij Jolly Harbour. We komen eind van de middag aan en gaan eerst voor een nacht voor anker in de baai bij Jolly Harbour. De kleur van het water is daar echt geweldig mooi. Het water is heel lichtblauw, een beetje melkachtig, omdat er fijn zand in het water zit. Door reflectie hebben de onderkant van de wolken boven de baai ook een blauwe glans. Nou dan zit je dus met open mond om je heen te kijken. In de marina is het erg rustig in vergelijking met vier jaar geleden. Verschillende restaurants zijn gesloten en ook in de galerij met winkeltjes zie je regelmatig de ramen dichtgeplakt. Gelukkig is het in de pizzeria waar we ' s avonds gaan eten wel gezellig druk. Keimpe doet erg zijn best om het probleem met het overladen te verhelpen, maar helaas het is nog steeds niet opgelost. Het blijft behelpen.
Na Jolly Harbour gaan we de noordkust van Antiqua verkennen. De eerste nacht liggen we alleen (de eerste keer op deze reis !) bij Maiden Island. Het is een klein onbewoond eilandje. Als we op verkenningstocht gaan, komen we erachter dat de stranden vol schelpen liggen. We hebben een aantal prachtige exemplaren meegenomen als souvenir. De dag erop varen we een paar mijl verderop naar Great Bird Island. Ook hier is het erg rustig met bootjes. Great Bird Island is een nationaal park waar verschillende endemische planten en diersoorten voorkomen, waaronder een zeer zeldzame slang, de Antiqua racer. Als we het prachtige strandje van het eiland op gaan, zien we als eerste de Antigua racer, die vanuit zijn holletje wel de wacht over het eiland lijkt te houden. We zien veel hagedisjes en op de top van het eiland zien we white-tailed tropic birds prachtig tegen de wind opboksen. Het lijkt erop dat we het eiland verkend hebben op de rustdag van de boten met dagjesmensen. De dag erop komen er van alle kanten catamaran's en motorboten aan. Vanaf onze boot zien we een hele rij mensen over de top van het eiland wandelen waar wij de dag ervoor met zijn 2-en liepen.
We willen bij het dorpje Parham ankeren om daar groente en fruit in te slaan voor onze trip naar Barbuda. Helaas wil ons anker niet houden in de hele zachte modder. We gaan daarom naar St. Johns, de hoofdstad van Antiqua, om daar boodschappen te doen. We ankeren vlak naast drie cruiseschepen, doen boodschappen en gaan dan snel weer weg. De geur die uit de stad komt is niet echt fris met het warme weer. We ankeren in Deep bay en gaan de volgende dag op weg naar Barbuda.
We kunnen lekker zeilen naar Barbuda en zijn op tijd bij Cocoa bay waar we gaan ankeren. Tot onze verbazing is het druk, er liggen zeker 10 boten. Vier jaar geleden lagen we er alleen. Het lijkt erop dat dit paradijs door meer mensen is ontdekt. Het uitzicht geeft weer helemaal een bounty gevoel. Helblauw water en witte stranden. Zie ook de foto's. De rust en stilte is een beetje weg vooral als onze duitse buren 's avonds als wij in bed liggen een stuk of 5 keer achter elkaar uit volle borst alle coupletten van 'what shall we do with the drunken sailor' zingen. De volgende dag varen we naar Low Bay. We gaan snorkelen bij een rif en, al is het minder spectaculair als in Bequia en Martinique, toch zijn de enorme bouwwerken van koraal indrukwekkend om te zien. En het is altijd leuk om door een school blauwe visjes achtervolgd te worden.
Na drie dagen zeilen we weer terug naar Jolly Harbour. Nou ja zeilen, motoren dus. Het lijkt de Middellandse zee wel. Geen wind en het beetje wind wat er soms is, komt ook nog recht van voren. We gaan weer voor anker bij Jolly Harbour en de volgende morgen zijn we al vroeg uit de veren om uit te klaren en water te tanken. Om half 10 zijn we op weg naar Nevis, waarover de volgende keer meer.
We lazen in een mail dat het weer winter gaat worden in Nederland. We zijn helemaal niet jaloers en genieten nog volop dat we hier rondlopen op teenslippers en in korte broek in plaats van onze stevige stappers en winterjas.
Na Jolly Harbour gaan we de noordkust van Antiqua verkennen. De eerste nacht liggen we alleen (de eerste keer op deze reis !) bij Maiden Island. Het is een klein onbewoond eilandje. Als we op verkenningstocht gaan, komen we erachter dat de stranden vol schelpen liggen. We hebben een aantal prachtige exemplaren meegenomen als souvenir. De dag erop varen we een paar mijl verderop naar Great Bird Island. Ook hier is het erg rustig met bootjes. Great Bird Island is een nationaal park waar verschillende endemische planten en diersoorten voorkomen, waaronder een zeer zeldzame slang, de Antiqua racer. Als we het prachtige strandje van het eiland op gaan, zien we als eerste de Antigua racer, die vanuit zijn holletje wel de wacht over het eiland lijkt te houden. We zien veel hagedisjes en op de top van het eiland zien we white-tailed tropic birds prachtig tegen de wind opboksen. Het lijkt erop dat we het eiland verkend hebben op de rustdag van de boten met dagjesmensen. De dag erop komen er van alle kanten catamaran's en motorboten aan. Vanaf onze boot zien we een hele rij mensen over de top van het eiland wandelen waar wij de dag ervoor met zijn 2-en liepen.
We willen bij het dorpje Parham ankeren om daar groente en fruit in te slaan voor onze trip naar Barbuda. Helaas wil ons anker niet houden in de hele zachte modder. We gaan daarom naar St. Johns, de hoofdstad van Antiqua, om daar boodschappen te doen. We ankeren vlak naast drie cruiseschepen, doen boodschappen en gaan dan snel weer weg. De geur die uit de stad komt is niet echt fris met het warme weer. We ankeren in Deep bay en gaan de volgende dag op weg naar Barbuda.
We kunnen lekker zeilen naar Barbuda en zijn op tijd bij Cocoa bay waar we gaan ankeren. Tot onze verbazing is het druk, er liggen zeker 10 boten. Vier jaar geleden lagen we er alleen. Het lijkt erop dat dit paradijs door meer mensen is ontdekt. Het uitzicht geeft weer helemaal een bounty gevoel. Helblauw water en witte stranden. Zie ook de foto's. De rust en stilte is een beetje weg vooral als onze duitse buren 's avonds als wij in bed liggen een stuk of 5 keer achter elkaar uit volle borst alle coupletten van 'what shall we do with the drunken sailor' zingen. De volgende dag varen we naar Low Bay. We gaan snorkelen bij een rif en, al is het minder spectaculair als in Bequia en Martinique, toch zijn de enorme bouwwerken van koraal indrukwekkend om te zien. En het is altijd leuk om door een school blauwe visjes achtervolgd te worden.
Na drie dagen zeilen we weer terug naar Jolly Harbour. Nou ja zeilen, motoren dus. Het lijkt de Middellandse zee wel. Geen wind en het beetje wind wat er soms is, komt ook nog recht van voren. We gaan weer voor anker bij Jolly Harbour en de volgende morgen zijn we al vroeg uit de veren om uit te klaren en water te tanken. Om half 10 zijn we op weg naar Nevis, waarover de volgende keer meer.
We lazen in een mail dat het weer winter gaat worden in Nederland. We zijn helemaal niet jaloers en genieten nog volop dat we hier rondlopen op teenslippers en in korte broek in plaats van onze stevige stappers en winterjas.
Abonneren op:
Posts (Atom)




