zondag 22 maart 2020

Op Sint Maarten

“In het verkennen van nieuwe plekken ‘hier’ in dit oostelijk deel van de Cariben hebben we beiden inmiddels veel zin. Hoe dit gaat uitwerken in verband met het oprukkende Coronavirus is wel spannend; we zullen ondervinden.”

Dit zijn de laatste twee zinnen van ons blog ruim een week geleden voor vertrek naar Barbuda, een klein eiland ten noorden van Antigua. Voor we wegvaren van Antigua checken we of we naar Sint Maarten - onze volgende stap - kunnen zeilen. We lezen dat we als Nederlanders welkom zijn. Ook de verdere situatie in de Carieb oogt redelijk rustig als het gaat om Corona. 

We genieten op Barbuda een paar dagen van de vele kleuren blauw (inclusief regenwolken), de witte stranden en de zeeschildpadden die regelmatig even bij de boot komen kijken. Het is een schitterend eiland dat helaas nog steeds de sporen draagt van de orkaan Irma uit 2017.

We hebben een prachtige zeiltocht van Barbuda naar Sint Maarten en komen daar donderdag 19 maart in de middag aan. We ankeren in Simpson Bay en gaan met de dinghy naar het gebouw van de customs/immigration om in te klaren. Als we aan het loket vertellen dat we willen inklaren is het antwoord meteen: “No, not possible. Only residents of St Maarten are allowed to enter.” In de  paar dagen ‘offline’ is er heel veel gebeurd, bijna alle Caribische eilanden blijken ‘op slot’ te zitten. We schrikken enorm en op onze vragen ‘hoe, wat, waarom, wat nu, help ....’ krijgen we geen antwoord. 

We gaan terug naar de boot en gelukkig doen onze simkaarten het en hebben we via Whatsapp snel contact met andere boten. We halen het anker op en gaan naar Great Bay. De ochtend erop zijn we druk bezig met het invullen van o.a. een gezondheidsverklaring en zoeken we contact met de Nederlandse vertegenwoordiging hier op het eiland. Terwijl we daarmee druk zijn komt er een boot van de coastguard langszij. We leggen uit dat we de dag ervoor niet hebben kunnen inklaren en dat we op zoek zijn naar een mogelijkheid om wel in te kunnen klaren om onze boot te kunnen repareren en nodige inkopen te doen. We hebben op Antigua een lijn in de schroef gehad en sindsdien lekt de schroefasafdichting en willen we weten of er schade onder de boot is en zo ja wat. We krijgen het advies om opnieuw naar de Immigration te gaan, nu in Great Bay. De medewerker daar is zeer behulpzaam en regelt een maritiem inspecteur om ons verhaal te verifiëren. We varen naar de marina vlakbij en de inspecteur onderschrijft de noodzaak voor reparatie en regelt dat we wel ingeklaard worden. We krijgen ook goede hulp van Loydd, de baas van de werf waar we liggen.

We zijn heel blij dat we op St Maarten kunnen blijven. Het is nu zondag 22 maart en morgen maken we een plan met de werf voor reparatie en onderhoud. We zijn twee weken in quarantaine; in principe moeten we op de boot blijven, maar we mogen wel boodschappen doen en klussen. We zijn overvallen door de snelle ontwikkelingen en de consequenties, die overigens nog niet goed te overzien zijn. Voor ons is de reis in zekere zin voorbij, we kunnen voorlopig niet verder de Caribische eilanden verkennen. Bijna alle eilanden zitten op slot. Toeristen, die hier met het vliegtuig waren, zijn inmiddels teruggevlogen naar huis. We gaan de boot klaarmaken voor de terugreis, al weten we nog helemaal niet wanneer en hoe. Dat is een heel ander avontuur. Verder blijven we de ontwikkelingen op het eiland nauwgezet volgen en afwachten wat er gaat gebeuren. We zijn heel blij dat we vanuit hier goed contact kunnen houden met vrienden en familie in Nederland en met zeilvrienden die ook ergens met hun boot onderweg cq. ergens gestrand zijn.

In dit blog volgende keer meer over ons nieuwe avontuur...

Blijf gezond en zorg goed voor elkaar!

PS Foto’s van Barbuda volgen zsm











vrijdag 13 maart 2020

Gedoe met water, Ank’s eerste keer en een zwaar besluit

Het tochtje van Les Saintes naar Ilet du Grosier op Guadeloupe, een mijl of 20, begon rustig. Mooie wind, lekker zonnetje. We wisten dat er eventueel buien over zouden kunnen komen, maar de buienradar laat weinig nattigheid zien. Met gereefd grootzeil en genua zeilen we aan de wind met zo’n 15 knopen wind. Na een uur zien we een grijze lucht aankomen, waar stortregen en harde wind uit blijkt te komen. We halen de genua weg en zeilen door met dubbel gereefd zeil, om de windstoten op te vangen. Juist op dat moment horen we binnen een alarm afgaan! Wat nu? Ank gaat kijken: het is het bilgealarm. Dat gaat af als er onderin de boot water staat en de automatische bilgepomp aangeslagen is. Waar komt het water vandaan? En hoeveel komt er binnen? Ank gaat sturen en Keimpe gaat naar binnen om als eerste alle afsluiters dicht te doen en dan te onderzoeken waar het water vandaan komt. We zetten de motor bij en varen flink aan de wind door de bui met striemende regen en veel wind. Gelukkig komt Keimpe er vrij snel achter dat het water uit de ankerbak komt. Als hij het ankerluik opent staat de ankerbak helemaal vol water. Stom, stom stom, stom! Het buiswater dat in de ankerbak loopt kan niet weg omdat de loosgaten dicht zitten. Vanwege een reparatie in Les Saintes van de ankerlier - die in de ankerbak staat - heeft Keimpe de loosgaten dichtgestopt om verlies van losse onderdelen te voorkomen. Het buiswater in de ankerbak loopt over in de kettingkluis en vandaar sijpelt het de boot in. Terwijl de wind buiten blijft gieren en regen rijkelijk uit de hemel blijft komen, gaat Keimpe gaat aan de slag met pompen, puts en sponzen om de grootste nattigheid uit de boot te krijgen. Ank wordt dweilnat en koud achter het stuurwiel. Waarom nu dit oncaribische weer? Bij aankomst op Guadeloupe zijn we twee dagen bezig om de boot te ontzouten, ach we zien het maar meteen als een soort voorjaarsschoonmaak. Voor carnaval is de boot weer spik en span.

Ook in Guadeloupe wordt carnaval gevierd. Het begint hier al begin januari met als hoogtepunt dezelfde dagen als in Nederland, voor de vastentijd. Op zondag gaan we naar de grande parade in Point-a-Pitre. De Europeanen hebben Carnaval naar de Carieb gebracht, maar het heeft hier geleidelijk een Caribische draai gekregen waarbij ook wordt verwezen naar de tijd van de slavernij. Zo zie je in de parade regelmatig groepen jongens met een apenmasker op hard met een zweep van touw slaan, wat klinkt als vuurwerk.


De parade is vol met kleur en dans, maar staat ook regelmatig stil. Alle groepen moeten langs een jury wat voor oponthoud zorgt. Het is erg warm, en niet alleen voor ons, want sommige deelnemers worden afgevoerd en het publiek schuilt onder paraplus. Toch genieten we van de muziek en alle mensen om ons heen.

Na het carnaval varen we naar het volgende eiland Antigua. We weten niet hoe we het voor elkaar krijgen, maar onderweg hebben we elk keer fikse regenbuien en harde wind. Antigua ligt bij aankomst in een grauwe grijze sluier van druilerige regen, weer niks Caribisch weer. We ankeren bij Jolly Harbour in prachtig blauw water. Op deze mooie plek liggen we twee dagen en genieten van de omgeving, jagende pelikanen en jagende vissen rondom de boot. Ook beleeft Ank hier haar eerste keer! Bij zonsondergang als de zon in de zee verdwijnt, ziet ze voor het eerst de befaamde ‘groene flits’ als het laatste stukje oranje zon dat achter de horizon verdwijnt groen oplicht.

De supermarkt hierzo heeft een Amerikaans assortiment en ze hebben werkelijk alles, zelfs boerenkool. De prijzen zijn schrikbarend hoog; voor een klein bakje yoghurt van 100 ml betaal je zo 5 euro. Dus we ontbijten de afgelopen dagen met zelf(door K)gemaakte griesmeelpudding, helemaal geen straf :-). 

Na een lekker zeiltochtje gaan we voor anker in Falmouth Harbour, met een marina voor super-mega- en andere veel te grote en glimmende jachten. Op zondag gaan we naar de Sunday Party op Shirley Heights. Al meer dan 30 jaar is hier elke zondag een feest vanaf een uur of vier. Eerst speelt er een steelband en daarna een reggaeband. Er zijn bars waar je rumpunch kunt krijgen en er is een BBQ. Er komen enorm veel toeristen op af. Want naast het feest heb je op Shirley Heights ook een prachtig uitzicht op English en Falmouth Harbour en de zonsondergang is adembenemend. De steelband was geweldig, maar de reggaeband viel tegen. Dus we gaan terug met de taxi en nemen nog een afzakkertje in het clubhuis van de yacht club. Daar ontmoeten we Karam uit Weymouth die op bezoek is bij zijn vader die schipper is op grote zeiljachten hier in de Carieb. Het wordt een gezellige avond met de nodige cocktails. In Falmouth Harbour vervullen we ook onze missie om een meegenomen pakketje van de eigenaresse van restaurant Dokjard in Groningen te overhandigen aan Abe, een vriend van haar uit haar stage van 10 jaar geleden hierzo. We blijven nog een paar dagen in Falmouth Harbour en maken een paar prachtige wandelingen langs de kust. 

Tijd om weer verder te gaan, maar.... bij het water tanken bij de yacht club krijgen we een dunne lijn, die vrijwel onzichtbaar vanaf de kant het water in gaat, vast onder de boot. Het duurt even voor ie los is, maar dan kunnen we vertrekken. Al snel blijkt dat de lijn toch in de schroef zit, dus we gaan aan een mooring liggen. Keimpe is zeker drie kwartier bezig om de lijn uit de schroef te krijgen. Dit akkefietje heeft nog wel een staartje want het blijkt dat de afdichting van de schroefas een knauw heeft gekregen en een beetje water naar binnen lekt. Niks wat ons nu belet verder te gaan, maar voor de volgende oceaanoversteek moet er wel een nieuwe op.

De dag erop vertrekken we echt en gaan richting Nonsuch Bay om te snorkelen. Onderweg komen we nog de laatste roeiboot met twee dames - waarvan één van 64 jaar oud/jong - tegen van de Talisker Whisky Atlantic Challenge, een roeiwedstrijd van 3000 mijl van La Gomera (Canarische Eilanden) naar English Harbour op Antigua. De start was op 12 december, dat betekent dat de dames er 86 dagen over hebben gedaan, een gemiddelde snelheid van 1,5 mijl. We hebben ze nog even goed aangemoedigd en een applausje gegeven. Dat konden ze wel waarderen.

In Nonsuch Bay liggen we achter een rif met uitzicht op de oceaan. Ongelofelijk dat een rif ervoor zorgt dat je zo rustig ligt, terwijl aan de zeezijde de golven erop stukslaan. De dag erop gaan we snorkelen met Stef en Manon van de Long John Silver. Veel rif is dood of bedekt met een laagje ‘stof’, maar we zien toch genoeg mooie vissen en zelfs een rog. We proberen een nieuwe manier uit om in de dinghy te komen (zie dit filmpje) en het werkt! We zijn wel met de grote dinghy van Manon en Stef en moeten nog even uittesten of deze omgekeerde koprol ook werkt bij onze kleine dinghy, of dat die de koprol maakt in plaats van ons.

Na Nonsuch bay zeilen we langs de kustlijn weer terug naar Jolly Harbour. Een mooie tocht, niet alleen de kust maar ook het uitzicht van de superjachten die op zee aan het oefenen zijn voor de Super Yacht challenge, een wedstrijd die op 11 maart start. In Jolly Harbour staat veel swell als gevolg van een koufront ter noorden van het Caribisch gebied. Het zo heldere water van een week geleden is nu helemaal troebel, maar de kleuren blijven geweldig. We gaan kort de marina in voor wat klussen en de nodige boodschappen. 

De volgende stop wordt Barbuda, een klein eiland met ongeveer 1800 inwoners 25 mijl ten noorden van Antigua. Ons plan is nieuwe eilanden en plekken te ontdekken van hier tot Puerto Rico en niet naar Cuba te gaan. Dit laatste was een moeilijke beslissing, omdat Ank naar Cuba gaan niet ziet zitten, terwijl Keimpe er juist veel zin in heeft. In het verkennen van nieuwe plekken ‘hier’ in dit oostelijk deel van de Cariben hebben we beiden inmiddels weer veel zin. Hoe dit gaat uitwerken in verband met het oprukkende Coronavirus is wel spannend; we zullen ondervinden. 

Klik hier om de foto’s te bekijken.

zaterdag 22 februari 2020

Langs de Caribische eilanden

Bad hairday at Bequia! (dat rijmt, want Bequia spreek je uit als Bekwee ...)
Krssssnttt ....
hmmmm klinkt niet als een scherpe schaar
Knknnnnn ....
de eerste pluk is eraf
Krsss krssss krssss kntknnnn ....
de tweede pluk is eraf

Langzaamaan bekruipt het gevoel bij Ank dat de tip van de barvrouw in Bequia voor een kapper misschien niet de tip had moeten zijn om op te volgen ...

Als dan met twee ferme knippen ook haar pony helemaal weg is, sluit ze haar ogen. Relax ....

Maar goed hoe kwamen we op Bequia? 

Na een kleine vertraging, omdat Keimpe ‘door zijn rug gaat’ bij het halen van een biertje uit de koelkast :-), vertrekken we op 24 januari vanuit Suriname naar Bequia. Dit is 600 mijl varen en we verwachten er ongeveer vier dagen over te doen. De eerste 30 mijl is over de Surinamerivier. Met de stroom mee zijn we al in vier uurtjes op open zee. Het is een rustige oversteek, weinig golven, veel zon en helaas de laatste 24 uur heel weinig wind, dus de laatste dag zeilen we met de motor erbij aan. Na 3,5 dag gaat vlak voor het donker het anker uit in Admiralty Bay bij Bequia. Na een verdiend welkomstbiertje vallen we snel in slaap. 

Tijdens onze vorige reis was Bequia onze eerste stop na de oceaanoversteek. Wat waren we moe toen na 2 weken oversteken met continu buien, nu gelukkig een stuk minder. Het is weer een relaxed eiland en de prijzen zijn nog steeds hoog; het maakt niet uit of je nu wat tomaten, een mango, biertje of rumpunch koopt, maar het mag de pret niet deren. We lummelen een paar dagen en genieten van de plons in het prachtig blauwe en heldere water om wakker te worden, de eerste rumpunch bij zonsondergang en zien tijdens het snorkelen vele tropische visjes. Er is een muziekfestival op het eiland en daar gaan we naartoe. We kijken onze ogen uit en voelen ons eigenlijk nog best jong als we kijken naar het ‘swingende’ publiek om ons heen, gemiddeld rond de 75, minstens. Zouden deze overwegend blanke mensen en wellicht ex-zeilers Bequia als plek gekozen hebben voor hun oude dag? 

Na een week in Bequia zeilen we naar Martinique. Het is een tocht met een aan-de-windse koers, met veel wind en water over dek. Op Martinique gaan we in de marina bij Le Marin liggen om wat klussen te klaren. Zo moeten we (oké Keimpe) de mast in om een nieuwe marifoonantenne te installeren, het ankerlicht te maken en de windex beter vast te zetten. Het klussen wisselen we af met een sundowner en lekker etentje met Johan en Ilse van de Fifty Fifty. En als zij vertrokken zijn nemen Renate en Damir van de Joint Venture II deze ‘taak’ goed waar met nog een etentje. Als alle klussen (voor nu) klaar zijn, gaan we verder. 

We ankeren een nachtje bij Petit Anse Arlet en gaan dan door naar Saint Pierre de laatst stop voor een lange dagtocht naar Les Saintes (75 mijl). Deze tocht start vliegend met harde windstoten in een regenbui. Achter het roer ziet Ank voor het eerst deze reis 35 knopen op de windmeter. Gaia geeft geen krimp, Ank schijnt heel zachtjes help geroepen te hebben ;-). Bij Dominica krijgen we wind tegen. Voor donker gaan we Les Saintes niet halen en we maken een ankerstop voor de nacht in Rupert Bay. 


Op Les Saintes liggen we aan een mooring vlak bij het dorp Terre-de-Haut. Op het eiland klinkt muziek en getrommel. Het zijn verklede muzikanten en dansers die de straat bevolken. Nog niet het echte carnaval, dat is pas volgende week, maar de stemming zit er al goed in. Om het eiland te verkennen kun je kiezen uit het huren van een golfkarretje, scooter of elektrische mountainbike. We kiezen voor de sportiefste mogelijkheid. Op alle fietsen zitten enorm brede banden. Waarom snappen we niet helemaal, want het zijn allemaal verharde wegen. Op het eiland stikt het van de loslopende hanen, kippen, kuikentjes en geiten. Ook zien we een paar grote leguanen, helaas alleen van grote afstand. Tijdens het fietsen komen we langs een paar prachtige stranden. Naar een van de stranden lopen we de dag erop om te gaan snorkelen. Les Saintes is een relaxed eiland met leuke kroegjes aan het water voor een sundowner. Frans praten valt niet mee, maar we komen er langzaam in. 

Na een paar dagen zeilen we verder naar Ilet du Gosier bij Guadeloupe. Dit stukje dat start met een blauwe lucht en een lekker windje blijkt een stressvolle tocht te worden, waarover volgende keer meer ....

Klik hier om de foto’s te bekijken.


woensdag 22 januari 2020

Suriname 3: hangmatteren, boskip, twee keer geen kaaimannen, wel een nat pak, aapjes en veel vogels

Bijgekomen van onze avontuur op Tonka eiland, besluiten we het nu anders te doen en met een georganiseerde tour op pad te gaan naar Boven-Suriname. Dit deel van Suriname begint voorbij het Brokopondo stuwmeer en de naam Boven-Suriname verwijst naar de bovenloop van de Suriname-rivier, waar veel dorpjes van Marrons, afstammelingen van naar het oerwoud gevluchte slaven zijn. Een busje pikt ons op en rijdt ons samen met ander gasten (een leuk groepje Nederlandse Surinamers en Nederlanders) naar het plaatsje Atjoni. Hier stopt de weg en worden we verder vervoerd met korjalen op de rivier. Bij Atjoni is het druk, een logistiek centrum waar mensen en spullen van weg naar water en visa versa overgezet worden. Geweldig om te zien wat er allemaal niet in de smalle korjalen wordt vervoerd: diepvriezers, zonnepanelen, maar ook scholieren en toeristen zoals wij. Wij gaan naar Knini Paati, een lodge op een eilandje midden in de rivier. Het is een uur varen en onderweg komen we verschillende stroomversnellingen tegen. De korjaal vaart met grote vaart vlak langs en over de rotsen. De stuurman tilt af en toe de buitenboordmotor uit het water en degene voorop gebruikt een peddel om tussen de rotsen te manoeuvreren. Af en toe klotst het water over de rand en zo ontdekken we dat onze - op het oog waterdichte - rugzak lekt. De lodge is een prachtige plek, waar we een cabin hebben met bedden, douche en airco, o ja en een hangmat op de veranda. Er is in de lodge een gezamenlijk deel voor eten, chillen, aapjes kijken, enz.

We blijven twee nachten op Knini Paati en genieten. Na aankomst gaan we eerst zwemmen in een sula, een stroomversnelling in de rivier. Het is net een soort whirlpool, je gaat in de sula zitten/liggen en het water masseert heerlijk je nek en rug. Keimpe voelt wel wat prikken onder water, maar de gids verzekert ons dat in dit deel van de rivier alleen maar vegetarische piranha’s zijn, dusssss. Tja en wat doe je dan na zo’n inspanning? Je gaat hangmatteren bij het huisje! Hangmatteren, oftewel chillen in een hangmat, is een van de nieuwe woorden die we tijdens deze trip leren. Aan het einde van de middag drinken we aan de bar onze eerste djogo (nieuw woord), een literfles Parbo bier die je deelt met andere mensen, of bij grote dorst met zijn tweeën opdrinkt. Na een heerlijke maaltijd gaan we de korjaal weer in om in het donker kaaimannen te spotten, helaas niks, njet, njada (komt door volle maan volgens de gidsen). Bij terugkeer op Knini Paati worden we verwelkomd door getrommel: een dansgroep uit het nabij gelegen Marrondorp komt een optreden geven. Het is een mooie combinatie van muziek, dans en verhalen over het alledaagse leven. Uiteraard wordt aan de groep gevraagd om mee te dansen, tja dat ziet er stuntelig uit in vergelijking met de de swingende dames. We slapen die nacht als rozen, maar zetten de airco wel van 21 naar 26 graden, die kou zijn we niet meer gewend.

De volgende dag bezoeken we de Marrondorpen Laduani en Aurora. Het zijn traditionele dorpen van Samarracaanse Marrons. Onze gids Bernard is kapitein in Aurora en boeit ons met zijn verhalen over hoe de dorpsgemeente bestuurd wordt, hoe het christelijke deel en traditionele deel van het dorp naast en door elkaar leeft en hoe ook hier de jongeren wegtrekken naar de stad (Paramaribo). De bewoners willen niet op foto, maar maken daar soms op verzoek van de gidsen of tegen een geringe vergoeding een uitzondering op. 

Om ons voor te bereiden op de jungletocht aan het eind van de middag gaan we na de lunch een uurtje hangmatteren, dat bevalt ons wel. We gaan er een kopen om te gebruiken op de boot en later in de achtertuin in Groningen. Met lange broek aan en stevige schoenen gaan we de jungle in. Eerst lopen we over een kostgrond van de familie van de eigenaar van de lodge. Een kostgrond (of kostgrondje) is een stuk land in de jungle dat geschikt is gemaakt voor het telen van gewassen voor eigen gebruik. Je kunt het vergelijken met een moestuin. Alleen is een kostgrond niet zo geordend als een moestuin; alles groeit door elkaar heen met als reden dat de verschillende soorten elkaar zo beschermen. Na een paar jaar is een kostgrond uitgeput en worden er weer bomen gepland. De dag erop vertrekken we helaas weer naar Atjoni, maar niet voordat we nog even gezwommen hebben in de sula naast Knini Paati. Op de terugweg in de korjaal raken we in een stroomversnelling de rotsen, waardoor het water tot onze middel binnenstroomt. Maar we halen Atjoni en het busje brengt ons weer terug.

Na ons bezoek aan Boven-Suriname blijven we een paar dagen rondom de boot om alle indrukken een plekje te geven. Na een tip gaan we samen met Ad en Yolanda van de Windsong naar de Vlindertuin in Lelydorp. De Vlindertuin is een kwekerij voor de export van tropische vlinderpoppen en schildpadden. De kwekerij is geopend voor publiek en er worden rondleidingen verzorgd. De dame die onze rondleiding verzorgd doet dat in een razend tempo en het is niet de bedoeling dat we even stil blijven staan: “hup hup, de groep moet wel bij elkaar blijven”. Maar toch was het leuk om het verhaal van de kweek te horen. De rondleiding eindigt in een vlindertuin waar we genieten van de vele soorten die er rond fladderen. Nou en er fladdert meer rond in die vlindertuin, we worden allemaal flink gestoken door muggen.

We willen nog een keer naar het gebied Commewijne, er zijn daar verschillende plantages die we willen bezoeken. We hebben een ambitieus plan om op één dag fort Nieuw Amsterdam en de oude plantages Marienburg en Peperpot te bezoeken. We starten bij een van de oudste plantages in Suriname, Peperpot. Aanvankelijk werd er tabak verbouwd, maar een nieuwe eigenaar in de 17e eeuw is overgestapt naar cacao en koffie. Naast Peperpot ligt een natuurgebied, Peperpot Nature Park. Bij de ingang van dit park parkeren wij de auto en de dame van de receptie verteld ons dat het een uurtje door het park lopen is voor je bij de plantage komt waar je heerlijk kunt lunchen. Nou dat uurtje was een wandeling van bijna twee uur en we zijn echt niet verdwaald. Onderweg genieten we van voorbijschietende leguanen - ook wel boskippen genoemd omdat ze veel gegeten worden -, vogels, vlinders, libellen en verschillende soorten apen die tussen en in de bomen slingeren. Het is flink warm en we zijn erg blij als we bij de plantage aan de Suriname rivier aankomen. In de oude gerestaureerde directeurswoning dat nu een hotel is, lessen we onze dorst met lekkere markoesa (passievrucht) sap en genieten van een heerlijke lunch. We zien huurfietsen en vragen of we die kunnen huren om terug te fietsen naar de ingang van het natuurpark, want twee uur terug lopen vinden we wel heel veel. Er wordt druk gebeld, want Melvin zou de fietsen weer terug kunnen brengen, maar eigenlijk weet niemand wie Melvin is. De suggestie wordt gedaan om een taxi te bellen, maar dan zegt een van de dames dat ze ons wel kan brengen, want haar werkdag zit erop. We zijn daar heel blij mee en onderweg hebben we een geanimeerd gesprek over eten in Suriname. Wij vinden het heerlijk, zij vindt het saai en mist een goed pizza restaurant.


Als laatste tour doen we een roadtrip naar Nieuw Nickerie waar we met een korjaal naar Bigi Pan - een ondiep brak meer in het uiterste noordwesten van Suriname gaan. De weg ernaar toe voert ons langs Groningen, waar na afschaffing van de slavernij Groningse boeren zijn neergestreken om hier een boerenbedrijf te starten. Dit bleek niet zo succesvol omdat de helft van de boeren de omslag naar het tropische klimaat niet hebben overleefd en de grond niet zo goed was als beloofd. De weg voert ook langs Wageningen, de geboorteplaats van Ank, waar we natuurlijk ook even kijken. Wageningen ligt midden in het rijstgebied van Suriname en hier is ooit met inbreng van de universiteit van het Nederlandse Wageningen de rijstteelt geprofessionaliseerd. 

Onderweg naar Bigi Pan in de korjaal varen we door een kanaaltje waar allerlei vogels te zien zijn, verschillende soorten arenden, buizerds, zilverreigers, witte en rode ibissen en lepelaars. Samen met drie Nederlandse stagiaires overnachten we in een huis op palen. ‘s Avonds gaan we flamingo's bekijken. Langzaam naderen we ze met de korjaal op de motor. Het laatste stukje gaat de motor uit en springt de bootsman in het water om ons stilletjes verder te duwen. Zo komen we redelijk dicht bij. ‘s Nachts gaan we kaaimannen en slangen spotten, maar je raad het al nada, njente, niks gezien. ‘s Ochtends gaan we weer op stap en zien we toe hoe de studenten een modderbad nemen. Als we terugvaren naar de auto blijkt dat het kanaaltje vol ligt met dode vissen, volgens de bootsman vanwege te weinig zuurstof in het water. De natuur is hier kwetsbaar, ook vanwege de intensieve rijstteelt en de ‘beschermingsmiddelen’ die daarbij gebruikt worden.

Langzamerhand zijn we vol van alle indrukken en kriebelt het om verder te gaan. We beginnen ons in te lezen over zeilen bij Cuba en krijgen daar steeds meer zin in. Het is nog wel een flink stuk, maar het plan is om met een aantal grote stappen door het Caribisch gebied in de eerste helft van maart in Cuba aan te komen. De verwachting is dat we in het midden van deze week gaan vertrekken met als eerste doel Bequia.
We gaan Suriname zeker missen: de vriendelijke mensen, de tempeltjes en drempels, de Chinese winkels, de weelderige natuur, de modderige rivieren, het chaotische verkeer, Rita en Rita, het lekkere eten, de warmte, hangmatteren, de aapjes, de stalletjes met keurig opgestapeld fruit of vis, en alle andere dingen...

Klik hier om de foto’s te bekijken.

dinsdag 21 januari 2020

Suriname 2: meneer Kuipers op Tonka eiland .... en andere avonturen

Na bijgekomen te zijn van een week feesten gaan we Suriname verkennen. Je kunt genoeg tours boeken in Suriname, maar veel kun je ook op eigen gelegenheid doen. Om door het land te kunnen toeren hebben we een auto gehuurd. Het autorijden is een avontuur op zich, want je moet hier links rijden en de wegen zijn soms belabberd - kuilen, gaten en drempels moet je stapvoets nemen en dan nog stuiteren we geregeld op de carrosserie. Het verkeer is soms chaotisch en de verkeersregels onduidelijk, maar andere verkeersgebruikers zijn vriendelijk. Als je dieper het binnenland ingaat dan houden de meeste wegen op en kun je alleen nog verder met een korjaal, een kanovormige boot aangedreven door een stevige buitenboordmotor.

We bezoeken in Suriname Paramaribo, het stuwmeer Brokopondo, oude plantages, de binnenlanden, het natuurgebied Bigi Pan, een vlinderkwekerij en Groningen en Wageningen... in dit blog deel 1 van onze avonturen.

Als eerste bezoeken we Paramaribo, waar de Nederlandse invloed in stenen gebouwen en koloniale huizen nog duidelijk zichtbaar is. Er staan veel mooie oude houten huizen, waar onder andere de overheid in gehuisvest is. Het centrum is wereld erfgoed, maar het onderhoud ervan is kostbaar en veel panden zijn verwaarloosd of soms afgebrand. Paramaribo is een kleurrijke stad en het oude centrum is erg aantrekkelijk.

Aan de Commewijne rivier bezoeken we de voormalige koffie- en cacaoplantage Frederiksdorp. Deze plantage is sinds een paar jaar een luxe resort, maar je kunt je nog steeds een goed beeld vormen hoe de plantage er vroeger uit heeft gezien. Een gids toont ons een oude kaart van Suriname, waarop alle 1000 plantages te zien zijn. Deze liggen alle aan rivieren. Ertussen zijn kanalen gegraven. Rivieren en kanalen zijn voor transport en mogelijk ook irrigatie. Na een lekkere lunch krijgen we samen met andere bezoekers een rondleiding over het terrein. Als de rondleiding klaar is, kondigt de gids aan dat we gaan fietsen. Nou zeggen wij nog tegen elkaar: wat een uitgebreide rondleiding. Maar al snel blijkt dat we bij een groep zijn aangesloten die met een tour meedoet. Na betaling van een kleine bijdrage mogen we meefietsen en een korte tocht maken met een korjaal door de swamps (moerassen). Om in de swamps te komen, moeten we met de korjaal een dijkje over, klunen met de boot zeg maar. De korjaal vaart met volle vaart de dijk op en het laatste stuk trekken we (de mannen) de boot over de dijk heen.


Een dag later gaan we naar het Brokopondo stuwmeer in de Suriname rivier. De stuwdam is in 1964
opgeleverd en daarna is een groot gebied, voorheen regenwoud, onder water gezet. Dit had grote gevolgen; 5000 inwoners van 27 dorpen zijn ‘getransmigreerd’ naar nieuwe dorpen aan de rivier en ook ongeveer 10.000 zoogdieren zijn in veiligheid gebracht. Het is een bijzonder stuwmeer waar kale boomtoppen van het regenwoud soms metershoog boven het water uitsteken. Er zijn op het meer verschillende eilanden met lodges waar je kunt verblijven. Eenmaal bij het meer gaan we bellen om te kijken of we ergens kunnen overnachten. Na wat heen en weer bellen, waar Keimpe halverwege meneer Kuipers wordt genoemd, vinden we een slaapplek op Tonka eiland. We zijn de enige gasten en moeten zelf eten mee brengen en koken. Geen enkel probleem vinden we.

We worden opgehaald met een korjaal. De bootsman en zijn neefje brengen ons in een tochtje van een uur over het meer naar Tonka eiland. Een prachtige route met al die kale bomen in het water. Op het eiland aangekomen worden we afgezet bij een groot houten huis op palen en wijst het neefje ons de twee opgemaakte bedden in een van de hutten. Daarna zijn de bootsman en het neefje zonder enige uitleg verdwenen en zijn we de enigen op het eiland. We doen een verkenningstocht en vinden een gebouwtje met WC’s en twee wastafels, maar er is geen water. We vinden wel een keuken en onder wat doeken vinden we enorme pannen en een plastic bestekdoos. Als we die openen blijkt er naast bestek ook een mierennest in te zitten. Er is ook geen stroom voor de verlichting. Als het bijna donker is bellen we toch maar met onze contactpersoon. De aardige mevrouw hoort Keimpe’s, ‘meneer Kuipers’, verhaal aan en sist na elke zin ‘tssssss’ en tot slot ‘ja, dat is wel erg’. Ze zegt dat ze er meteen werk van gaat maken. Nou we weten niet wat ze gedaan heeft, maar neefje was binnen een half uur weer op het eiland en gaf ons een rondleiding. Toen wij het mierennest in de bestekbak lieten zien, kropen er ook nog kakkerlakken uit. Wij hebben maar niet gekookt, maar boterhammetjes met kaas gegeten. We slapen best goed ondanks de rondvliegende vleermuizen in onze kamer (lang leve de klamboe). De volgende ochtend maken we na het ontbijt (brood met plakjes kaas en koffie) een wandeling over het prachtige eiland. Met de korjaal worden we weer afgezet bij onze auto, die we aantreffen met een lekke band. Met het thuiskom-reservebandje sukkelen we terug om bij de verhuurder onze auto om te ruilen. Na een heerlijke douche en nachtje slapen in eigen bed gaan we aan de slag om deel 2 van onze avonturen te plannen.

Klik hier om de foto’s te bekijken.

maandag 6 januari 2020

Suriname 1: Feesten en beesten

Na de warme ontvangst hier bij marina resort Waterland door de eigenaar Noel en de andere
zeilers, staat de eerste week in Suriname in het teken van feesten. 


Op eerste kerstdag hebben we met alle bemande boten op de steiger gezellig geborreld en gegeten. Iedereen had wat gemaakt en het werd een interessant kerstdiner: groentestengels met dip, frikadellen, geroosterde broodjes met pesto, kaasblokjes, droge worst, vlammetjes, enzovoorts. Dit alles vergezeld door Parbo biertjes en wijn. Niet het kerstdiner wat we thuis eten, maar ja daar is het ook geen 30 graden. Op tweede kerstdag genieten we van de heerlijke kerstlunch bij Waterland. We proeven onze eerste Surinaamse gerechten, waaronder pom. Weer eten we ons buikje vol. We zijn bijna blij dat kerst maar twee dagen duurt :-). 

Zondag even geen feesten, maar samen met de bemanning van de Fifty Fifty en Windsong fort Zeelandia in Paramaribo bezocht. Elke zondag wordt er door vrijwilligers een rondleiding verzorgd. Bijzonder om de geschiedenis van Suriname en het fort te horen. Van de oorspronkelijke indianen, via Spanjaarden, Engelsen, Fransen, Nederlanders naar de huidige vijf bevolkingsgroepen. Fort Zeelandia is gesticht door de Engelsen, maar overgenomen door de Zeeuwen en later de Hollanders. Sinds de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 is het een museum, kazerne en wederom museum geweest. Het is ook de plaats waar de decembermoorden in 1982 hebben plaatsgevonden; daar staat nu een gedenkteken. De gids heeft een bloem meegenomen en we houden daar een moment stilte. 

Hoe zit het ondertussen met de beesten? We feesten niet als beesten (vinden wij dan), maar maken kennis met voor ons nieuwe beesten. Als eerste de brulapen. Deze leven in de bossen rondom de marina en brullen angstaanjagend. Meestal bij zonsopgang en ondergang, maar ook een paar nachten achter elkaar precies om 3 uur. Ank wordt er wakker van, maar Keimpe ronkt er lekker doorheen, wat Ank best knap vindt. Zet het volume voluit en luister en huiver:



Op de kant op het terrein van het Waterland resort bivakkeert in een boom een luiaard van vijf maanden, door de dochters van de Fifty Fifty Henk genoemd. Het is een prachtig, lui beestje en zijn/haar bewegingen zijn echt in slow motion.


Verder maken we kennis met de muggen hier. De eerste nachten worden we nog wel wakker van het gezoem, maar inmiddels hebben we de boot redelijk mugvrij gekregen door horren voor de luiken en ‘s avonds citronellakaarsen te branden in de kuip. Ook vliegen hier veel vleermuisjes die, voordat we de horren allemaal geplaatst hadden, ons ‘s nachts in het vooronder om de oren fladderden.

Maar, nu weer terug naar het feesten: Oud & Nieuw! Op oudjaarsdag is de vermaarde Owra Yari viering in Paramaribo, waar we samen met andere zeilers in een busje naar toe gaan. Vanaf 12 uur ‘s middags is er een groot vuurwerkspektakel, de zogenaamde Paraga estafette waarbij kilometerslang vuurwerk wordt afgestoken. Duizend- en miljoenknallers worden op straat uitgerold en ontstoken (in een stad waar veel panden van hout zijn - een poging om Owra Yari vanwege brandgevaar te verbieden bleek totaal onhaalbaar). De herrie is, zelfs met oordopjes, enorm en moet de boze geesten wel afschrikken. In het centrum van de stad zijn op verschillende plaatsen podia met muziek (ook veelal herrie waar oordopjes wel fijn zijn) en regelmatig zie je dat mensen eigen feestjes houden met gigantische geluidsboxen in de achterbak van hun auto. De drukte neemt in de loop van middag toe en je verplaatsen door de Domineestraat, het episch centrum van het feest, is vrijwel onmogelijk. Ondanks de drukte, hitte, diversiteit aan mensen en de nodige drank blijft het een vriendelijk en vreedzaam gebeuren. Het is een indrukwekkend spektakel om mee te maken.

We zijn rond een uur of zes weer terug bij de marina en daar luiden we in alle rust oud & nieuw in op de steiger met o.a. heerlijke versgebakken oliebollen, gebakken door Anne van de Bonnefooi, champagne en andere lekkere dingen. Op nieuwjaarsdag doen we mee met de Unox-nieuwjaarsduik bij Waterland, compleet met muts en erwtensoep. Dit feest bestaat uit twee onderdelen. Als eerste de ice dip challenge. Voor het goede doel dompelen de meeste gasten zich 20 seconden in een bak met ijskoud water. Regelmatig gooit Noel er weer een zak met ijs in, dus het is echt ijs-en-ijskoud. Wij gaan de uitdaging ook aan. Vooral Ank vindt het (echt) niet leuk en snapt niet dat de meeste mensen met een (weliswaar vaak verkrampte) glimlach de kou ondergaan. Om twee uur ‘s middags is onder begeleiding van een brassband de nieuwjaarsduik in de rivier, veel aangenamer qua temperatuur. En dan heb je wel een lekkere warme erwtensoep verdiend.

Na een week van feestjes zijn we Suriname verder aan het verkennen met uitstapjes en tours. Ook een feest, maar niet zonder hindernissen...

Klik hier om de foto’s te bekijken.




zaterdag 28 december 2019

En al in Suriname ....


We waren net op het verkeerde moment bij de Salut eilanden: veel wind en regen op de ankerplek. Tijdens de eerste nacht gaat het anker krabben en moeten we hals over kop het anker ophalen en een andere plek zoeken in de erg kleine baai. Overdag blijven buien overkomen en we durven niet aan land.

We besluiten om de volgende dag door te varen naar Suriname een tocht van 180 mijl tot de ingang van de Suriname rivier. We hebben heel veel stroom mee en gaan als een dolle. In de middag besluiten we om al veel zeil te minderen om niet midden in de nacht aan te komen. De nacht is rustig met af en toe een vissersboot. In de vroege ochtend van 24 december komen we aan en dobberen we richting riviermonding in afwachting van het meegaande tij. Het duurt even maar dan hebben we veel stroom mee richting Waterland Marina een 30 mijl de rivier op. Daar krijgen we een erg leuk welkom van de andere boten in de kleine Marina. Even later komt Noel, de eigenaar ons verwelkomen en neemt ons mee naar het Paviljoen waar hij ons trakteert op de eerste ijskoude Parbo biertjes. Dan volgen twee tropische kerstdagen met BBQ, biertjes en buffet.



Vandaag serieuze zaken: inklaren in Paramaribo.